BE1017049A6 - Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen en vloerpaneel. - Google Patents

Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen en vloerpaneel. Download PDF

Info

Publication number
BE1017049A6
BE1017049A6 BE200600217A BE200600217A BE1017049A6 BE 1017049 A6 BE1017049 A6 BE 1017049A6 BE 200600217 A BE200600217 A BE 200600217A BE 200600217 A BE200600217 A BE 200600217A BE 1017049 A6 BE1017049 A6 BE 1017049A6
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
floor panel
characterized
coating
plasma treatment
method according
Prior art date
Application number
BE200600217A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Flooring Ind Ltd
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Flooring Ind Ltd filed Critical Flooring Ind Ltd
Priority to BE200600217 priority Critical
Priority to BE200600217A priority patent/BE1017049A6/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1017049A6 publication Critical patent/BE1017049A6/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B44DECORATIVE ARTS
    • B44CPRODUCING DECORATIVE EFFECTS; MOSAICS; TARSIA WORK; PAPERHANGING
    • B44C5/00Processes for producing special ornamental bodies
    • B44C5/04Ornamental plaques, e.g. decorative panels, decorative veneers
    • B44C5/043Ornamental plaques, e.g. decorative panels, decorative veneers containing wooden elements
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B27WORKING OR PRESERVING WOOD OR SIMILAR MATERIAL; NAILING OR STAPLING MACHINES IN GENERAL
    • B27MWORKING OF WOOD NOT PROVIDED FOR IN SUBCLASSES B27B - B27L; MANUFACTURE OF SPECIFIC WOODEN ARTICLES
    • B27M1/00Working of wood not provided for in subclasses B27B - B27L, e.g. by stretching
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/02005Construction of joints, e.g. dividing strips
    • E04F15/02033Joints with beveled or recessed upper edges
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0107Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels substantially in their own plane, perpendicular to the abutting edges
    • E04F2201/0115Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels substantially in their own plane, perpendicular to the abutting edges with snap action of the edge connectors
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0153Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement

Abstract

Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen, van het type dat minstens een één- of meerdelig substraat (15) bevat, en dat aan minstens twee tegenovereenliggende zijden (2-3;4-5) geprofileerde randgebieden (6) vertoont, welke minstens koppeldelen (7) omvatten, waarbij voornoemd substraat (15) minstens gedeeltelik uit hout of houtgebaseerd materiaal bestaat, daardoor gekenmerkt dat ieder betreffend vloerpaneel (1) minstens gedeeltelijk aan een plasmabehandeling (22) wordt onderworpen.

Description

Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen en vloerpaneel.

Deze uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen, alsmede op verschillende uitvoeringsvormen van vloerpanelen.

Meer speciaal heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen, van het type dat een één- of meerdelig substraat bevat dat minstens gedeeltelijk uit hout of houtgebaseerd materiaal bestaat. Hierbij kan het gaan om vloerpanelen die hoofdzakelijk uit voornoemd substraat bestaan, zoals massief parket, of om vloerpanelen, die naast voornoemd substraat tevens minstens een toplaag vertonen, zoals samengesteld parket of fineerparket waarvan de toplaag gebruikelijk op basis van hout is uitgevoerd, of zoals laminaatvloerpanelen die gebruikelijk een toplaag op basis van kunststof vertonen. Andere voorbeelden zijn vloerpanelen met een toplaag uit steen of keramiek, zoals diegene die gekend zijn uit het EP 1 441 086.

Het is bekend dat dergelijke vloerpanelen kunnen aangewend worden om een zwevende vloerbedekking te vormen. Hierbij worden deze vloerpanelen bij het leggen aan hun randen gekoppeld, hetzij door middel van een klassieke tand- en groefverbinding, waarbij deze eventueel in elkaar worden gelijmd, hetzij door middel van mechanische koppeldelen die bijvoorbeeld zowel in horizontale als in verticale richting in een onderlinge vergrendeling van de vloerpanelen voorzien, bijvoorbeeld zoals beschreven in de internationale octrooiaanvrage WO 97/47834.

De huidige uitvinding beoogt een werkwijze waardoor vloerpanelen van bovenvermeld type een resem van verbeterde eigenschappen kunnen vertonen en/of op een goedkopere of meer efficiënte manier kunnen worden geproduceerd. Hiertoe betreft de uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen, van het type dat een één- of meerdelig substraat bevat, en dat aan minstens twee tegenovereenliggende zijden geprofileerde randgebieden vertoont, welke minstens koppeldelen omvatten, waarbij voornoemd substraat minstens gedeeltelijk uit hout of houtgebaseerd materiaal bestaat, met als kenmerk dat ieder betreffend vloerpaneel, al dan niet in zijn eindstadium, minstens gedeeltelijk aan een plasmabehandeling wordt onderworpen.

Met houtgebaseerd materiaal worden bijvoorbeeld materialen bedoeld die bestaan uit houtvlokken, houtspaanders of houtvezels die verbonden zijn door een bindmiddel. Meer speciaal worden materialen bedoeld die gekozen zijn uit de groep van OSB (Oriented Strand Board), spaanplaat en vezelplaat zoals bijvoorbeeld MDF of HDF (Medium of High Density Fiberboard).

Het inventief idee om in de eerder traditionele houtverwerkende vloerindustrie de onconventionele techniek van het plasmabehandelen aan te wenden, creëert geheel nieuwe mogelijkheden. Zo kunnen bijvoorbeeld kwalitatief betere vloerpanelen worden vervaardigd en/of vloerpanelen worden vervaardigd die in een ruimer toepassingsgebied kunnen worden aangewend.

Voor een plasmabehandeling worden in andere industrieën typisch hoog reactieve gasontladingen aangewend, die geïoniseerde, geëxciteerde of gefragmenteerde atomen en moleculen bevatten en zodoende het plasma verzorgen. De gasontladingen worden hierbij gecreëerd door het opwekken van een elektrisch veld in het midden of medium, in dit geval het gas, dat zich tussen voornoemde twee elektrodes bevindt. Wanneer dit elektrisch veld hoog genoeg is, zal het normalerwijze elektrisch isolerende medium doorslaan en, met andere woorden, ondanks zijn isolerende eigenschappen, toch stroom beginnen te geleiden. Het elektrisch veld vereist voor de doorslag hangt in grote mate af van het aangewende medium. Wanneer de doorslag plaatsvindt, leidt hij tot een intense opwarming van het medium en is hij in staat de aanwezige atomen of moleculen te ioniseren, te exciteren en/of te fragmenteren, zodat ter plaatse van de doorslag een plasma ontstaat, dat normalerwijze gecatalogeerd kan worden onder de benoeming "lauw plasma". De atomen en moleculen in het plasma kunnen chemisch reageren met eraan blootgestelde oppervlakken. De resulterende eigenschappen van het plasmabehandelde oppervlak hangen hoofdzakelijk af van de chemische eigenschappen van het gebruikte medium. Bij voorkeur bevat het medium gassen zoals zuurstof (02), waterstof (H2) , stikstof (N2), of een combinatie van deze, zoals lucht. Andere voorbeelden van bestanddelen van media zijn edelgassen, zoals helium (He), neon (Ne) en argon (Ar), lachgas (N20), koolstofdioxide (C02), en dergelijke

Volgens de uitvinding wordt onder "plasmabehandeling" bij voorkeur minstens één van de volgende drie technieken verstaan: de techniek van het plasma-etsen, aan de hand waarvan een vervuiling of ongewenste substantie van een oppervlak kan worden verwijderd, waarbij bij voorkeur zuurstof (02) of waterstof (H2) als medium wordt ingezet; de techniek van het plasmamodificeren, waarmee het oppervlak op een zodanige manier kan worden gewijzigd dat de eigenschappen ervan wijzigen, bijvoorbeeld dit oppervlak meer inerte eigenschappen gaat vertonen en waarbij bij voorkeur lachgas (N20) of koolstofdioxide (C02) als medium wordt ingezet; de techniek van het plasma deponeren van materiaal of plasmapolymerisatie, waarmee een dunne laagvormige bekleding, of een film, met bijzondere eigenschappen kan worden gevormd. Bij plasmapolymerisatie kan uitgegaan worden van een mono- of oligomeer, bijvoorbeeld C2F4 of C2F6, dat reeds in de gasfase in het medium aanwezig is of zelf het medium vormt en onder inwerking van de energie van het plasma wordt omgevormd tot een polymeer dat zich hecht op het plasmabehandelde oppervlak.

In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm bestaat voornoemde plasmabehandeling volgens de uitvinding uit het opbrengen van materiaal bij voorkeur onder de vorm van een bekleding of een film. Zoals voornoemd kan voor het opbrengen van materiaal de techniek van het plasma deponeren of plasmapolymerisatie worden aangewend. De dikte van de aangebrachte bekleding of film bedraagt hierbij bij voorkeur 0,1 tot 100 micrometer, en beter nog 0,1 tot 10 micrometer. Naargelang de gewenste functie van de film kunnen echter ook bekledingen met een dikte tussen 10 en 100 micrometer worden toegepast. De mogelijkheid om, volgens deze voorkeurdragende uitvoeringsvorm, met plasmabehandeling een dunne bekleding of film op een gedeelte van het vloerpaneel aan te brengen, opent de mogelijkheid om bepaalde delen van het vloerpaneel specifieke eigenschappen te geven. Zo bijvoorbeeld kan de plasmabehandeling minstens bestaan uit het realiseren van een vochtwerende of waterdichte laag, en/of uit het realiseren van een laag met vuilafstotende en/of antistatische en/of antibacteriële en/of geluidsdempende eigenschappen en/+of met een eigenschap die de glansgraad van het oorspronkelijk oppervlak wijzigt. Ook kan de plasmabehandeling worden aangewend van een slijtagebestendige en/of kraswerende laag, die bij voorkeur zulke eigenschappen oplevert die beter zijn dan deze van het oorspronkelijk oppervlak.

Opgemerkt wordt dat het feit dat de voornoemde film aan de hand van een plasmabehandeling zoals plasmapolymerisatie is opgebracht bijzondere voordelen met zich mee brengt. Zo kunnen op dergelijke wijze gevormde en/of opgebrachte filmen bijzondere moleculaire structuren, kristalstructuren, of andere structuren vertonen die leiden tot nieuwe en/of onverwachte technische toepassingen ervan. Zo bijvoorbeeld onderscheidt een door plasmabehandeling gevormd polymeer zoals plasma gevormd polyethyleen zich van het gebruikelijke polymeer, doordat het plasma gevormd polymeer onder andere een amorfe structuur met een hogere densiteit kan vertonen. Een met plasmabehandeling opgebrachte materiaallaag kan bovendien een betere weerstand tegen veroudering en/of een betere temperatuursstabiliteit vertonen. Daarenboven kan een plasmabehandeling, zoals het opbrengen van materiaal aan de hand van plasmapolymerisatie, worden uitgevoerd op eender welk type materiaal. Dit is van bijzonder belang bij vloerpanelen waarvan het substraat minstens gedeeltelijk uit hout of houtgebaseerd materiaal bestaat, gezien plasmabehandeling ook toelaat op het voornoemde hout of houtgebaseerde materiaal een dunne homogene film te vormen. In vergelijking met gekende technieken, zoals bijvoorbeeld diegene die gekend zijn uit het WO 2004/016422, is het aan de hand van een plasmabehandeling mogelijk filmen van betere kwaliteit en/of meer constante dikte op te brengen.

Bij voorkeur bevat het opgebrachte materiaal verbindingen van fluor en koolstof, zoals polymeren gevormd uitgaande van C2F4 of C2F6, waarvan gekend is dat zij water- en/of vuilafstotende eigenschappen hebben. Andere materialen die met een plasmabehandeling volgens de uitvinding kunnen worden opgebracht bevatten bijvoorbeeld polymeren gevormd uitgaande van CF4, SF6, siliciumverbindingen of dergelijke.

De plasmabehandeling van de uitvinding kan zowel uitgevoerd worden in een vacuüm als onder atmosferische druk. In het geval in een vacuüm wordt gewerkt, vindt de plasmabehandeling bij voorkeur plaats in een daartoe voorziene vacuümkamer. Wanneer onder atmosferische druk wordt gewerkt, kan bijvoorbeeld een al dan niet gerichte straal, zoals een plasmatoorts, worden aangewend. Bij voorkeur zal hierbij de plasmastraal worden afgeschermd van de omgevende lucht door een beschermgas. Als beschermgas kan gekozen worden voor hetzelfde gas als het medium waarin het plasma is opgewekt. Bij voorkeur wordt echter helium (He) aangewend omwille van het chemisch inert karakter ervan.

Met "vacuüm" wordt in het bovenstaande een druk bedoeld die lager is dan de atmosferische druk en die bij voorkeur minder is dan 500 Pascal, en beter nog minder is dan 100 Pascal.

Uiteraard is het ook niet uitgesloten dat voor de plasmabehandeling drukken worden aangewend die hoger zijn dan 1 atmosfeer.

Een eerste belangrijke toepassing van de uitvinding betreft een werkwijze waarbij de voornoemde plasmabehandeling minstens wordt uitgevoerd op de voornoemde twee tegenovereenliggende geprofileerde randgebieden, beter nog wordt de voornoemde plasmabehandeling op alle zijden van het vloerpaneel uitgevoerd, onafhankelijk van het feit of zij al dan niet met geprofileerde randgebieden zijn voorzien. Een behandeling volgens deze eerste toepassing is vooral nuttig wanneer voornoemde koppeldelen, die deel uitmaken van de geprofileerde randgebieden, ééndelig met het voornoemde substraat zijn uitgevoerd en minstens deze koppeldelen uit het voornoemde hout of houtgebaseerd materiaal bestaan. Mogelijke effecten die door de plasmabehandeling van de geprofileerde randgebieden kunnen bereikt worden, zijn het bekomen van waterdichtheid of watervastheid van de betreffende randgebieden. Het is duidelijk dat bij voorkeur alle zijden van het vloerpaneel worden onderworpen aan een plasmabehandeling met de bedoeling deze watervast of waterdicht te maken, al is het niet uitgesloten dat slechts de voornoemde twee tegenovereenliggende zijden worden behandeld met het plasma. Aan de andere zijden van het vloerpaneel kunnen dan met het oog op het verkrijgen van watervast- of waterdichtheid van deze zijden andere maatregelen worden getroffen, zoals bijvoorbeeld diegene die bekend zijn uit het voornoemde WO 2004/016422 of zoals het aanwenden van een separate afdichtende strip, zoals bekend uit het WO 03/087497.

Deze eerste toepassing is bijzonder nuttig voor het behandelen van laminaatvloerpanelen. Dergelijke vloerpanelen kunnen van een verschillende opbouw zijn.

Laminaatvloerpanelen bevatten minstens een substraat, een decor, alsmede een toplaag, waarbij de toplaag bij voorkeur op basis van kunststof is uitgevoerd. Zo bijvoorbeeld kan de toplaag bestaan uit een aantal dragervellen, bijvoorbeeld uit papier, die in hars, bijvoorbeeld een melaminehars, zoals melamineformaldehyde, zijn gedrenkt. In zulk geval wordt het laminaat bij voorkeur als zogenaamd "DPL" (Direct Pressure Laminate), waarbij de toplaag rechtstreeks op de kern wordt geperst, of zogenaamd "HPL" (High Pressure Laminate), waarbij de toplaag op zich met een persbewerking verkregen wordt alvorens die toplaag in zijn geheel op de kern wordt aangebracht, uitgevoerd. Ook zijn andere mogelijkheden voor het vormen van dergelijke toplaag mogelijk, bijvoorbeeld door gebruik te maken van folies, het opdragen van een uit te harden substantie, zoals een vernis of dergelijke, of op eender welke andere wijze. Het decor kan gevormd zijn door een motief dat, hetzij rechtstreeks op de kern mits eventuele tussenkomst van een primer, hetzij op één of meerdere van voornoemde dragervellen of op de voornoemde folie gedrukt is.

Door het aanwenden van voornoemde toplagen, en in het bijzonder de voornoemde toplagen op basis van kunststof, kan aan de bovenzijde of sierzijde van laminaatvloerpanelen al een zekere waterdichtheid of watervastheid worden bereikt. Aan de randen waar dergelijke vloerpanelen aan elkaar kunnen worden gekoppeld, bevindt zich echter een zone waar eventueel vocht via de geprofileerde randgebieden in het substraat kan binnendringen. Een dergelijk indringen van vocht kan leiden tot zwellen van het substraat en een resulterend vormen van opstaande randen aan de toplaag. Voornoemde eerste toepassing van de werkwijze volgens de huidige uitvinding kan het risico dat dergelijke opstaande randen gevormd worden minimaliseren. Opgemerkt wordt dat het vormen van opstaande randen, al dan niet tengevolge door vochtindringing in het substraat, ook bij andere vloerpanelen dan laminaatvloerpanelen kan worden geminimaliseerd aan de hand van voornoemde eerste toepassing.

Het is duidelijk dat, zoals voornoemd, de koppeling van laminaatvloerpanelen kan geschieden, hetzij door middel van een klassieke tand- en groefverbinding, waarbij deze eventueel in elkaar worden gelijmd, hetzij door middel van mechanische koppeldelen die zowel in horizontale als in verticale richting in een onderlinge vergrendeling van de vloerpanelen voorzien, bijvoorbeeld zoals beschreven in de internationale octrooiaanvrage WO 97/47834. Het is vooral bij dergelijke mechanische koppeldelen dat een plasmabehandeling, zoals plasmapolymerisatie, interessant is, vermits bij het installeren van dergelijke vloerpanelen geen lijm, die op zich een afdichtende werking kan hebben, moet worden aangewend om de koppeling teweeg te brengen.

Opgemerkt wordt dat de eerste toepassing toelaat vloerpanelen te vervaardigen die ook in vochtige ruimtes, zoals badkamers, kunnen worden gelegd.

Een tweede belangrijke toepassing van de uitvinding betreft een werkwijze waarbij de voornoemde plasmabehandeling minstens op de bovenzijde of sierzijde van het vloerpaneel wordt toegepast. Verschillende effecten kunnen hiermede worden bereikt, zoals bijvoorbeeld waterdichtheid, sleetvastheid en/of een vuilafstotende werking van de bovenzijde of sierzijde. Het is duidelijk dat, ook in het geval het vloerpaneel reeds over een waterdichte toplaag zoals een toplaag op basis van kunststof beschikt, het minstens op de toplaag uitvoeren van een plasmabehandeling nog bijzondere voordelen kan hebben.

Deze tweede toepassing is tevens van bijzonder belang bij laminaatvloerpanelen waarvan het decor gevormd is door een motief dat rechtstreeks op de kern, mits eventuele tussenkomst van een primer of andere laag, is gedrukt. Bij dit soort laminaatvloerpanelen kan dan door middel van plasmabehandeling een slijtagebestendige laag gevormd worden al dan niet rechtstreeks boven het voornoemde gedrukte motief.

Het is duidelijk dat de voornoemde twee belangrijke toepassingen gecombineerd kunnen worden en dat ook het volledige vloerpaneel, eventueel met uitzondering van de onderzijde ervan, aan de plasmabehandeling kan worden onderworpen.

Opgemerkt wordt dat de werkwijze van de uitvinding bijzonder voordelig is bij vloerpanelen of laminaatvloerpanelen met een substraat dat bestaat uit MDF of HDF, gezien bij deze vloerpanelen aan de hand van een plasmabehandeling waterdichte randgebieden kunnen worden gerealiseerd onafhankelijk van de hoeveelheid bindmiddel dat in de productie van het betreffende MDF/HDF substraat is aangewend. Zo bijvoorbeeld laat de uitvinding toe een watervast vloerpaneel te vormen zelfs wanneer het substraat van het vloerpaneel op zich van mindere kwaliteit is, zoals MDF/HDF met een hoge zwellingsgraad, bijvoorbeeld een zwellingsgraad van meer dan 20% (gemeten volgens de norm EN13329 Annex G).

Verder wordt opgemerkt dat de uitvinding ook betrekking heeft op een vloerpaneel, met als kenmerk dat het bekomen is of kan bekomen worden door het toepassen van een werkwijze volgens de uitvinding.

Tevens heeft de huidige uitvinding betrekking op een tweede en derde onafhankelijk aspect, waarvan de kenmerken uit de hierna volgende gedetailleerde beschrijving zal blijken.

Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin figuur 1 een vloerpaneel weergeeft dat door toepassing van een werkwijze volgens de uitvinding is bekomen; figuur 2 in een dwarsdoorsnede volgens de in figuur 1 weergegeven lijn II-II schematisch enkele stappen weergeeft uit de vervaardiging van het vloerpaneel uit figuur 1; figuur 3 op grotere schaal het gebied weergeeft dat in figuur 2 met F3 is aangeduid; figuren 4 tot 7 in een gelijkaardig zicht enkele varianten weergeven van vloerpanelen die met een werkwijze volgens de uitvinding kunnen worden bekomen; figuur 8 schematisch een variante weergeeft voor het uitvoeren van een werkwijze volgens de uitvinding; figuur 9 op grotere schaal het gebied weergeeft dat in figuur 8 met F9 is aangeduid; figuren 10 tot 12 geven een aantal uitvoeringsvormen weer van een bijzonder aspect van de uitvinding, waarbij figuur 10 een variante weergeeft voor het gedeelte dat in figuur 5 met F10 is aangeduid, terwijl figuren 11 en 12 verdere varianten van dit gedeelte weergeven.

Figuur 1 geeft een langwerpig rechthoekig vloerpaneel 1 weer dat, zoals figuur 2 weergeeft, met een werkwijze volgens de uitvinding is bekomen. Het vloerpaneel 1 vertoont twee paar tegenovereenliggende zijden, 2-3 en 4-5, met geprofileerde randgebieden 6 die mechanische koppeldelen 7 omvatten. De aangewende koppeldelen 7 laten een onderlinge vergrendeling van twee van dergelijke vloerpanelen 1 zowel in een horizontale richting H als in een verticale richting V toe. Ten behoeve van de vergrendeling in verticale richting V, dit is in een richting loodrecht op de bovenzijde 8 van het vloerpaneel 1, zijn de hier weergegeven koppeldelen 7 hoofdzakelijk in de vorm van een tand 9 en een groef 10 uitgevoerd. De vergrendeling in horizontale richting H, dit is in een richting loodrecht op voornoemde verticale richting V en in het vlak van figuur 2, is, in dit geval, bekomen door het voorzien van vergrendelingselementen onder de vorm van een uitsteeksel 11 aan de onderzijde van de tand 9 en een uitsparing 12 in de onderste lip van de groef 10. Bij het koppelen van twee van dergelijke vloerpanelen 1 werken de vergrendelingselementen 11-12 samen en vormen ze de contactvlakken 13-14 die verhinderen dat de vloerpanelen 1 uit elkaar bewegen. Bij voorkeur resulteren de aangewende mechanische koppeldelen 7 in een spelingsvrije vergrendeling van twee van dergelijke vloerpanelen in de voornoemde horizontale richting H en verticale richting V en beter nog resulteren de koppeldelen 7 in een spelingsvrije vergrendeling in alle richtingen in het vlak bepaald door de voornoemde richtingen V en H.

Het is duidelijk dat vloerpanelen 1 die met een werkwijze volgens de uitvinding worden bekomen eender welke vorm kunnen hebben, zoals een rechthoekige, vierkante, zeshoekige vorm of dergelijke, alsook kunnen voorzien zijn van eender welke koppeldelen 7.

Het in de figuren 1 en 2 weergegeven vloerpaneel 1 betreft een laminaatvloerpaneel 1 dat een substraat 15 bevat, waarbij dit substraat 15 geheel uit een houtgebaseerd materiaal zoals MD F of HDF bestaat. Bovendien zijn de voornoemde koppeldelen 7 ééndelig met dit substraat 15 uitgevoerd. Alsmede bevat het vloerpaneel 1 een toplaag 16 op basis van kunststof. In dit geval betreft de toplaag 16 een zogenaamde "DPL" laag die, in dit voorbeeld, bestaat uit een decoratieve laag 17 met een gedrukt motief 18 en een erop aangebrachte slijtvaste laag 19, zoals een zogeheten overlay. Zowel de decoratieve laag 17 als de overlay 19 bevatten een in hars gedrenkte papierlaag. Hierbij bevat de overlay verder nog slijtvaste partikels zoals korundum. Aan zijn onderzijde 20 vertoont het vloerpaneel 1 een tegenlaag 21 die eveneens een in hars gedrenkte papierlaag bevat.

Zoals in figuur 2 schematisch weergegeven wordt het vloerpaneel 1 volgens de uitvinding aan een plasmabehandeling 22 onderworpen. Hiertoe wordt het vloerpaneel 1 bijvoorbeeld in een vacuümkamer 23 gebracht waar aan de hand van twee elektrodes 24 en een spanningsbron 25 een plasma wordt opgewekt in het in de kamer 23 aanwezige gasvormige medium 26. De elektrodes 24 kunnen volgens een veelheid van mogelijkheden worden opgesteld naargelang het gewenste resultaat. In streeplijn 27 is een alternatieve plaatsing van de elektrodes 24 geïllustreerd.

Voor de in figuur 2 weergegeven plasmabehandeling 22 wordt de techniek van het plasma deponeren van materiaal 28 of plasmapolymerisatie aangewend. Hierbij bestaat de plasmabehandeling 22 uit het op de geprofileerde randgebieden 6 opbrengen van materiaal 28, zoals materiaal 28 dat fluor-koolstofverbindingen bevat, onder de vorm van een film 29 die ervoor zorgt dat de betreffende zijden 2-3 of 4-5 watervast of waterdicht worden. Uiteraard draagt het de voorkeur hierbij de geprofileerde randgebieden 6 van alle zijden 2-3-4-5 te behandelen.

Figuur 3 toont op grotere schaal het resultaat van deze werkwijze. Opgemerkt wordt dat de dikte T van de film 29 overdreven is weergeven. In werkelijkheid kan de dikte T zich in het submicronbereik bevinden. Niettegenstaande de geringe dikte T kan, zoals weergegeven, aan de hand van de plasmabehandeling 22 toch een film 29 van zeer homogene dikte T bekomen worden. De mogelijkheid aan de hand van een plasmabehandeling een dunne homogene film 29 van een bepaald materiaal 28 op de koppeldelen 7 op te brengen, zorgt ervoor dat de film 2 9 zodanig kan aangebracht worden dat zij geen obstakel vormt voor het bekomen van een goede koppeling van twee van dergelijke vloerpanelen 1.

Het is duidelijk dat een plasmabehandel ing 22, en in het bijzonder diegene die schematisch is weergeven in figuur 2, tegelijkertijd op meerdere vloerpanelen 1 kan worden uitgevoerd, of dat meerdere vloerpanelen 1 zich tegelijkertijd in de vacuümkamer 23 kunnen bevinden.

Figuur 4 toont het resultaat van een plasmabehandeling 22 die op de voornoemde toplaag 16 is uitgevoerd. In deze toepassing is het, zeker in het geval van een laminaatvloerpaneel 1, wenselijk dat de aangebrachte film 29 transparant is, zodat de onderliggende decoratieve laag 17 zichtbaar blijft, een eventueel licht transparantieverlies niet te nagesproken. Gezien een plasmabehandeling toelaat een film 29 aan te brengen van geringe dikte T, is een dergelijke behandeling 22 tevens bijzonder geschikt om een film 29 op de voornoemde toplaag 16 met een minimaal verlies aan transparantie aan te brengen. Zoals voornoemd kan zulke film 29 bijvoorbeeld een vuilafstotende werking hebben of de kras- of slijtageweerstand van de bovenzijde 8 of sierzijde verhogen.

Figuur 5 geeft een variante weer waarbij het geprofileerde randgebied 6 aan de bovenrand 3 0 tevens een af kant ing 31, in dit geval met de vorm van een vellingkant, vertoont. De weergegeven afkanting 31 of vellingkant is voorzien van een separate decoratieve bekleding 32 en blijft aan de sierzijde of bovenzijde 8 zichtbaar na het koppelen van twee van dergelijke vloerpanelen 1. De met plasmabehandeling 22 opgebrachte film 29 is in dit voorbeeld overlappend met de afkanting 31 uitgevoerd.

Zoals vermeld in verband met figuur 4, is het aan de hand van plasmabehandeling 22 mogelijk de film 29 zodanig uit te voeren dat er nagenoeg geen sprake is van transparantieverlies, zodat de voornoemde separate decoratieve bekleding 32 op de afkanting 31 goed zichtbaar kan blijven.

Figuur 6 toont nog een variante waarbij zowel de bovenzijde 8 als de geprofileerde randgebieden 6 van het vloerpaneel 1 zijn onderworpen aan een plasmabehandeling 22. Bij voorkeur wordt bij een dergelijke plasmabehandeling 22 een materiaal 28 opgebracht dat fluor-koolstofverbindingen, zoals polymeren gevormd uitgaande van C2F4 of C2F6, bevat. Aan de bovenzijde 8 kan dan de vuilafstotende werking van een dergelijk materiaal 28 nuttig aangewend worden, terwijl ter hoogte van de geprofileerde randgebieden 6 de waterdichtende eigenschappen van deze materialen 28 kunnen worden aangewend.

Volgens een niet weergegeven variante kan door middel van de film die via de plasmabehandeling wordt gerealiseerd ook in een volledige of nagenoeg volledige inkapseling van het vloerpaneel worden voorzien.

Figuur 7 toont een variante waarbij de film 29 hoofdzakelijk daar is opgebracht waar de vloerpanelen 1 bedoeld zijn tegen elkaar aan te sluiten.

Het is duidelijk dat in de voorbeelden van figuren 3 tot 6 de niet weergegeven groefzijde 3-5 van het vloerpaneel 1 bij voorkeur een gelijkaardige behandeling 22 heeft ondergaan en dat beter nog alle zijden 2-3-4-5 van het vloerpaneel 1 onderworpen zijn geworden aan zulke plasmabehandeling 22.

Figuur 8 geeft een variante weer van de werkwijze volgens de uitvinding waarbij de plasmabehandeling 22 onder atmosferische druk plaatsvindt. Hiertoe worden in het voorbeeld plasmatoortsen 33 aangewend in de plaats van een vacuümkamer 23. De toortsen 33 zijn verbonden met een generator 34 die de spanning levert om het plasma 35 in de toortsen 33 op te wekken. Het plasma 35 verlaat hierbij de toortsen als een straal en valt in op de te behandelen gedeelten van het vloerpaneel 1, in dit geval minstens de geprofileerde randgebieden 6 ervan. Door de beperkte straaldiameter van het plasma 35 is het nodig het vloerpaneel 1 relatief langs de toortsen 33 te verplaatsen, zoals aangeduid met de pijl 36. Met een dergelijke werkwijze is het mogelijk de vloerpanelen 1 één voor één aan de plasmabehandeling 22 te onderwerpen. Een dergelijke werkwijze kan aanleiding geven tot een efficiënte uitvoering van de werkwijze van de uitvinding.

Figuur 9 illustreert schematisch de werking van een dergelijke plasmatoorts 33. De twee elektrodes 24 die benodigd zijn voor het opwekken van het plasma 3 5 zijn in het voorbeeld concentrisch opgesteld. Het medium 26 of gas waarin het plasma 35 wordt opgewekt stroomt axiaal tussen de elektrodes 24 en verlaat de toorts 33 samen met de plasmastraal 35 langs de mond 37 van de plasmatoorts 33. Met de bedoeling de plasmastraal 35 te beschermen onder andere tegen afkoeling door de omringende lucht, wordt bij voorkeur een beschermgas 38 aangewend. Zoals weergegeven in figuur 9 stroomt dit beschermgas 38 eveneens axiaal uit de plasmatoorts 33 en vormt het hierbij een mantel rond de plasmastraal 35.

Opgemerkt wordt dat, in het algemeen, voor het opwekken van het plasma 35 bij voorkeur een alternerende spanning wordt aangewend met een frequentie die hoger is dan 1 gigaHerz.

Verder wordt opgemerkt dat de plasmabehandeling niet noodzakelijk moet plaatsvinden wanneer de vloerpanelen al van hun geprofileerde randgebieden zijn voorzien, doch dat dergelijke plasmabehandeling, volgens de uitvinding, op eender welk ogenblik in het vervaardigingsproces van de vloerpanelen kan worden uitgevoerd. Zo bijvoorbeeld kan, in het geval van een werkwijze waarbij meerdere vloerpanelen uit een grotere plaat worden bekomen, de plasmabehandeling ook worden uitgevoerd op deze grotere plaat. Een dergelijke werkwijze is voornamelijk nuttig voor het realiseren van een vuilafstotende film op een toplaag. Het vorige uiteraard onder voorwaarde dat de toplaag reeds aanwezig is op de voornoemde grotere plaat, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de toplaag van een vloerpaneel dat gevormd is aan de hand van een DPL proces.

Opgemerkt wordt dat indien een slijtvaste laag door middel van de plasmabehandeling wordt opgedragen, deze laag eventueel zodanig kan gekozen worden dat geen afzonderlijke slijtvaste partikels, zoals korundum, meer in de traditionele onderliggende materiaallagen, bijvoorbeeld in de overlay in het geval van DPL, dienen te worden aangewend. Ook kunnen dergelijke partikels eventueel via de plasmabehandeling op het oppervlak worden bevestigd, waardoor het moeilijke proces van het inmengen van korundum of dergelijke in hars en het daarmee impregneren van bijvoorbeeld een overlay kan worden uitgesloten.

Volgens een tweede onafhankelijk aspect betreft de huidige uitvinding een vloerpaneel 1 van het type dat minstens een één-of meerdelig substraat 15 bevat en aan zijn bovenzijde 8 een toplaag 16 vertoont, waarbij het vloerpaneel 1 aan minstens twee tegenovereenliggende zijden 2-3 geprofileerde randgebieden 6 vertoont die minstens koppeldelen 7 omvatten, en waarbij het substraat 15 minstens gedeeltelijk uit hout of houtgebaseerd materiaal bestaat, met als kenmerk dat het vloerpaneel 1 op één of meer van voornoemde geprofileerde randgebieden 6 een doorzichtige of doorschijnende vochtwerende filmvormige bekleding 29 bezit, die al dan niet het volledige oppervlak van de betreffende geprofileerde randgebieden bestrijkt, en die zich van op het oppervlak van het betreffende geprofileerde randgebied 6 tot op voornoemde bovenzijde 8 van het vloerpaneel 1 uitstrekt.

Bij voorkeur vertonen alle zijden 2-3-4-5 of geprofileerde randgebieden 6 van het vloerpaneel 1 de kenmerken van dit bijzonder onafhankelijk aspect. Uiteraard kan voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen 1 de werkwijze worden gebruikt die in de inleiding is beschreven. Dit bijzonder aspect beperkt zich echter niet tot bekledingen 29 die door middel van een plasmabehandeling 22 zijn bekomen.

Het is duidelijk dat bij het tweede aspect met de bovenzijde 8 het zichtbare bovenoppervlak wordt bedoeld, inclusief eventuele oppervlakken van zich aan de sierzijde bevindende afkantingen 31.

De transparantie van de voornoemde filmvormige bekleding 29 kan bekomen zijn door de keuze van het bekledingsmateriaal 28 en/of door de dikte T van de bekleding 29 te beperken.

Uitvoeringsvormen van dit bijzonder aspect zijn weergegeven in de figuren 5 en 6. Met een filmvormige bekleding 29 die zich van op het betreffend geprofileerde randgebied 6 tot op de bovenzijde 8 van het vloerpaneel 1 uitstrekt, wordt bekomen dat de vloerpanelen 1 op een meer eenvoudige manier kunnen worden vervaardigd. In zulk geval dient er namelijk geen of weinig aandacht besteed te worden aan het vermijden of voorkomen dat de bovenzijde 8 van het vloerpaneel 1 met de film 2 9 bevuild wordt, terwijl toch een film 29 wordt bekomen die zich minstens tot aan de bovenrand 30 van het vloerpaneel 1 uitstrekt, hetgeen bijvoorbeeld bij het aanbrengen van een waterafdichtende film wenselijk is.

Opgemerkt wordt dat dit bijzonder onafhankelijk aspect vooral nuttig is wanneer het substraat 15 uit houtgebaseerd materiaal, zoals MD F of HD F bestaan. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de hoger beschreven en in de inleiding vermelde laminaatvloerpanelen.

Onafgezien van de hiervoor aan de hand van figuren 5 en 6 beschreven voorbeelden, wordt opgemerkt dat vloerpanelen volgens het tweede aspect verder ook nog één of meer van volgende kenmerken kunnen vertonen: dat het vloerpaneel op alle zijden 2-3-4-5 of geprofileerde randgebieden een filmvormige bekleding 29 vertoont die zich van op de betreffende zijde of van op het betreffende geprofileerd randgebied 6 tot op voornoemde bovenzijde 8 van het vloerpaneel 1 uitstrekt ; dat de filmvormige bekleding 29 gevormd is door een bij of na het aanbrengen uitgeharde substantie, bijvoorbeeld een vernis, lak, polymeer of dergelijke; dat de filmvormige bekleding 29 een waterdichte of hoofdzakelijk waterdichte laag vormt; dat de filmvormige bekleding 29, al dan niet tezamen met een vochtwerende of waterdichte toplaag (6 aan de bovenzijde 8 van het vloerpaneel 1 en al dan niet tezamen met een vochtwerende of waterdichte laag 21 aan de onderzijde 2 0 van het vloerpaneel 1 een alom volledige vochtwerende of waterdichte inkapseling bewerkstelligt; dat de filmvormige bekleding 29 volledig inkapselend rond het eigenlijke vloerpaneel 1 is aangebracht; dat de filmvormige bekleding 29 is opgebouwd uit materialen 28 of materialen 28 bevat die bijkomende eigenschappen opleveren, bijvoorbeeld met betrekking tot slijtagebestendigheid, krasvastheid, vuilafstotendheid, antistatische werking, enzovoort.

Volgens een derde aspect heeft de uitvinding betrekking op een vloerpaneel, van het type dat minstens een één- of meerdelig substraat bevat, dat minstens gedeeltelijk uit hout of houtgebaseerd materiaal bestaat, waarbij het vloerpaneel aan minstens twee tegenovereenliggende zijden geprofileerde randgebieden vertoont die minstens koppeldelen omvatten, alsmede aan minstens één van deze zijden voorzien is van een afkanting, zodanig dat het vloerpaneel minstens een eerste oppervlak vertoont gevormd door de eigenlijke bovenzijde van het vloerpaneel, een tweede oppervlak gevormd door het oppervlak van de voornoemde afkanting, en een derde oppervlak gevormd door het gedeelte van het geprofileerde randgebied dat zich onder voornoemde afkanting uitstrekt, met als kenmerk dat zowel aan het eerste, als het tweede en derde oppervlak bekledingen aanwezig zijn, respectievelijk een eerste bekleding, een tweede bekleding en een derde bekleding, waarbij minstens één van de voornoemde bekledingen als een uitgeharde substantie gerealiseerd is.

Met het derde oppervlak wordt hierbij een oppervlak bedoeld dat normalerwijze aan de zichtzijde van de geïnstalleerde vloerpanelen niet zichtbaar is. Met "de eigenlijke bovenzijde" wordt de sierzijde van het vloerpaneel bedoeld, met uitzondering van het oppervlak van de afkantingen.

Vloerpanelen volgens dit derde aspect leveren het voordeel op dat, dankzij de aanwending van de voornoemde drie bekledingen op de respectievelijke drie oppervlakken, een waaier van mogelijkheden wordt gecreëerd om in functie van een beoogd effect in een optimale afdekking van de betreffende oppervlakken te voorzien.

Volgens een bijzondere uitvoeringsvorm is het vloerpaneel volgens het derde aspect daardoor gekenmerkt dat de eerste, tweede en derde bekleding ieder afzonderlijke bekledingen zijn, die bij voorkeur ieder met afzonderlijke technieken zijn aangebracht.

Volgens een andere bijzondere uitvoeringsvorm van het derde aspect is het vloerpaneel daardoor gekenmerkt dat het eerste en tweede oppervlak van eenzelfde bekleding zijn voorzien, die dan gedeeltelijk als eerste en gedeeltelijk als tweede bekleding fungeert, terwijl de derde bekleding afzonderlijk, en bij voorkeur verschillend, is uitgevoerd.

Volgens nog een andere bijzonder uitvoeringsvorm van het derde aspect is het vloerpaneel daardoor gekenmerkt dat het tweede en het derde oppervlak van eenzelfde bekleding zijn voorzien, die dan gedeeltelijk als tweede en gedeeltelijk als derde bekleding fungeert, terwijl de eerste bekleding afzonderlijk, en bij voorkeur verschillend, is uitgevoerd.

Eventueel kunnen de eerste en tweede bekleding overlappend zijn uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld de tweede en de derde bekleding. Zulke overlappingen bieden het voordeel dat een goede aansluiting wordt gecreëerd, zonder onbehandelde tussenliggende zones. Met "overlappend" wordt hierbij bedoeld dat er een expliciete overlapping bestaat en dat het niet handelt om een overlapping die ongewenst of sporadisch optreedt doordat één van de aangrenzende bekledingen weinig accuraat wordt aangebracht en daardoor af en toe de grenslijn tussen de twee bekledingen overschrijdt.

Voor de eerste bekleding wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van één van volgende mogelijkheden: een op zich al dan niet uit meerdere lagen samengestelde

laminaatlaag op basis van hars, zoals bijvoorbeeld HPL

(High Pressure Laminate) of DPL (Direct Pressure

Laminate); een folie; een lak of vernis; een polymeer; een inkt, eventueel in de vorm van een bedrukking, waarbij deze inkt door middel van een inktjetprincipe of een ander opdraagprincipe is aangebracht.

Voor de tweede bekleding wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van één van volgende mogelijkheden: een folie; een transferfolie; een lak, vernis, of inkt, waarbij deze inkt door middel van een inkt jetprincipe of door middel van een ander opdraagprincipe is aangebracht; een polymeer.

Voor de derde bekleding wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van één van volgende mogelijkheden: een folie; een transferfolie; een lak, vernis of inkt, waarbij deze inkt door middel van een inktjetprincipe of een ander opdraagprincipe is aangebracht ; een polymeer een vochtwerende substantie, die bij voorkeur transparant en beter nog volledig doorzichtig is.

Volgens het derde aspect is het niet uitgesloten dat zowel het eerste, het tweede als het derde oppervlak van éénzelfde bekleding zijn voorzien, meer speciaal een gemeenschappelijke bekleding die dan gedeeltelijk zowel als eerste, als als tweede, als als derde bekleding fungeert, waarbij deze gemeenschappelijke bekleding dan is gerealiseerd als een uitgeharde substantie. Zulke uitgeharde substantie kan eenvoudig doorlopend over de voornoemde drie oppervlakken worden aangebracht, al dan niet over bekledingen die zich daaronder bevinden. Zo bijvoorbeeld kan de toplaag bestaan uit een laminaatlaag, terwijl de afkanting een afzonderlijke decoratieve laag bezit, terwijl de eerste, tweede en derde bekleding bestaan uit een eendelige laag uit een transparant vochtwerend materiaal, waarbij deze laag het volledige oppervlak van de afkanting bestrijkt, doch tevens gedeeltelijk verder loopt over de eigenlijke bovenzijde van het paneel en ook gedeeltelijk verder loopt vanaf de onderzijde van de afkanting over het zich daaronder bevindende derde oppervlak.

In een belangrijke voorkeurdragende uitvoeringsvorm van het derde aspect is het vloerpaneel een laminaatvloerpaneel, met een toplaag op basis van hars, welke toplaag de eerste bekleding vormt en waarbij de voornoemde tweede en derde bekleding eendelig zijn verwezenlijkt door middel van een kleurstoflaag, meer speciaal een laklaag. Zodoende kan door middel van één aanbrengbehandeling zowel het oppervlak van de afkanting decoratief worden ingekleurd, alsmede een vochtwerende en eventueel waterdichte laag op het derde oppervlak worden aangebracht, althans toch minstens op het gedeelte van dit derde oppervlak dat zich onmiddellijk onder het oppervlak van de afkanting bevindt.

Volgens een andere belangrijke voorkeurdragende uitvoeringsvorm is het vloerpaneel een laminaatvloerpaneel, met een toplaag op basis van hars, welke toplaag de eerste bekleding vormt, waarbij de tweede bekleding als een decoratieve laag is uitgevoerd die al dan niet eendelig met de eerste bekleding is uitgevoerd, en waarbij de derde bekleding bestaat uit een vochtwerende laag die gedeeltelijk overlappend met de voornoemde tweede bekleding is uitgevoerd. Meer speciaal geniet het hierbij de voorkeur dat de derde bekleding bestaat uit een transparante laag, terwijl de tweede bekleding bestaat uit een decoratieve laag. De decoratieve laag verleent een gewenst kleureffect of een gewenste bedrukking aan het oppervlak van de afkanting en voorziet bij voorkeur tevens in een vochtwerende werking. De derde bekleding voorziet bij voorkeur in een vochtwerende werking aan het oppervlak dat zich onder de afkanting bevindt. Door de overlapping wordt verkregen dat er geen onbehandelde overgangen tussen het tweede en het derde oppervlak ontstaan. Doordat de overlapping evenwel ophoudt bovenop de tweede bekleding en zich dus niet uitstrekt tot op de eerste bekleding, is een eventuele overgang voor het blote oog nauwelijks zichtbaar, daar zulke overgang zich in de afkanting bevindt.

De uitvinding komt vooral tot haar recht in het geval dat het vloerpaneel een laminaatvloerpaneel is met een kern op basis van MD F of HD F en met een toplaag gevormd door DPL (Direct

Pressure Laminate) en bij vloerpanelen die mechanisch gekoppeld kunnen worden. De voornoemde koppeldelen zijn bij voorkeur dan ook van het type dat in gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen een vergrendeling oplevert in verticale en horizontale richting.

Het is duidelijk dat de voornoemde eerste en/of tweede en/of derde bekleding al dan niet rechtstreeks op het substraat kunnen aangebracht zijn. In het geval dat zij niet rechtstreeks aangebracht zijn, betekent dit dat onder de eerste en/of tweede en/of derde bekleding nog een andere bekleding aanwezig is, van welke aard ook.

De uitvinding komt vooral tot haar recht in het geval een derde bekleding wordt voorzien die een wezenlijk deel van het oppervlak van het geprofileerd randgebied bestrijkt, met andere woorden een bekleding die zich over een relatief aanzienlijk gedeelte van de contour van de koppeldelen uitstrekt. In het geval dat de koppeldelen bestaan uit een tand en groefstructuur, waaraan vergrendelingsmiddelen voorzien zijn voor een horizontale vergrendeling, geniet het de voorkeur dat, voor wat betreft de tandzijde, de derde bekleding zich vanaf de afkanting tot tegen en beter nog tot op de bovenzijde van de tand, uitstrekt en/of, in het geval van de groef zij de, deze bekleding zich minstens tot aan de bovenzijde van de groef en beter nog ook minstens gedeeltelijk langsheen de bovenflank van de groef, uitstrekt.

Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van een vloerpaneel volgens het derde aspect zijn de koppeldelen hoofdzakelijk als een tand en groef uitgevoerd welke verder vergrendelingsmiddelen voor een horizontale vergrendeling bezitten, en zijn zowel aan de tandzijde als groefzijde een derde bekleding voorzien over telkens een zodanig oppervlak dat wanneer twee van dergelijke vloerpanelen met elkaar gekoppeld zijn, de derde bekleding van de tandzijde en de derde bekleding van de groefzijde zich vanaf de respectievelijke afkanting naar beneden uitstrekken, minstens zodanig ver dat zij zich beiden minstens tot aan de bovenzijde van de tand uitstrekken, alwaar zij in gekoppelde toestand tegen elkaar aansluiten. Deze constructie is vooral nuttig om een vochtwerende afsluiting te verkrijgen, bijvoorbeeld bij vloerpanelen, meer speciaal laminaatpanelen, die specifiek bedoeld zijn voor vochtige ruimtes, zoals badkamers en dergelijke. Het is immers zo dat bij vloerpanelen die voorzien zijn van afkantingen, ter plaatse van deze afkantingen als het ware reservoirs ontstaan waarin vocht en water langere tijd kan aanwezig blijven en het is dan ook nuttig om in een voldoende afscherming van het substraat te voorzien en voldoende barrières voor waterinsijpeling in te bouwen, zodanig dat deze insijpeling beperkt blijft tot gedeelten die door de voornoemde derde bekleding zijn afgeschermd, waarna het ingesijpelde vocht doordat het door de bekleding tegengehouden wordt voldoende tijd krijgt om vervolgens door verdamping terug aan de omgevingslucht te ontsnappen.

Figuren 10, 11 en 12 geven een aantal uitvoeringsvormen weer die aan het derde aspect van de uitvinding beantwoorden.

In figuur 10 bijvoorbeeld fungeert de toplaag 16 als eerste bekleding, de separate decoratieve bekleding 32 op de afkanting 31 als tweede bekleding en de film 29 als derde bekleding, en is de tweede en/of derde bekleding uitgevoerd als een uitgeharde substantie. In dit geval zijn dus drie afzonderlijke bekledingen toegepast. Bovendien geeft het voorbeeld weer dat de derde bekleding van de tandzijde en de derde bekleding van de groefzijde zich in gekoppelde toestand uistrekken tot aan de bovenzijde van de tand om daar tegen elkaar aan te sluiten, zodanig dat in het geval deze bekledingen bestaan uit een vochtwerende laag, ook op deze plaats een vochtbarrière wordt gevormd. In streeplijn is in figuur 10 weergegeven hoe de derde bekleding eventueel overlappend over de tweede bekleding kan zijn aangebracht.

Figuur 11 geeft een uitvoeringsvorm weer waarbij de afkanting 31 gevormd is door een indrukking of dergelijke in de toplaag 16. Zodoende wordt zowel de eerste als tweede bekleding gevormd door deze toplaag 16, terwijl de derde bekleding bestaat uit de afzonderlijke laag 29.

Figuur 12 geeft een uitvoeringsvorm weer waarbij de eerste bekleding gevormd wordt door de toplaag 16 die bijvoorbeeld bestaat uit laminaat en waarbij de tweede en derde bekleding als één geheel zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld in de vorm van een transparante vochtwerende laag. Hierbij wordt opgemerkt dat de tweede bekleding zich hierbij over de decoratieve laag 32 uitstrekt. Ook hier is in streeplijn weergegeven hoe de tweede bekleding gedeeltelijk overlappend met de eerste bekleding kan zijn uitgevoerd. Doordat de tweede en derde bekleding uit een transparant materiaal bestaan, is zulke eventuele overlapping weinig of niet zichtbaar aan de bovenzijde van het vloerpaneel.

De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijke werkwijzen en vloerpanelen, kunnen volgens verschillende varianten worden gerealiseerd zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.

Claims (42)

1. Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen, van het type dat minstens een één- of meerdelig substraat (15) bevat, en dat aan minstens twee tegenovereenliggende zijden (2-3,-4-5) geprofileerde randgebieden (6) vertoont, welke minstens koppeldelen (7) omvatten, waarbij voornoemd substraat (15) minstens gedeeltelijk uit hout of houtgebaseerd materiaal bestaat, daardoor gekenmerkt dat ieder betreffend vloerpaneel (1) minstens gedeeltelijk aan een plasmabehandeling (22) wordt onderworpen.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat voornoemde plasmabehandeling (22) bestaat uit het opbrengen van materiaal (28), bij voorkeur onder de vorm van een bekleding of een film (29) .
3. Werkwijze volgens conclusie 2, daardoor gekenmerkt dat voornoemde bekleding (29) een dikte (T) van 0,1 tot 100 micrometer, of beter nog een dikte (T) van 1 tot 10 micrometer vertoont.
4. Werkwijze volgens één van de conclusies 2 of 3, daardoor gekenmerkt dat het opgebrachte materiaal (28) fluor-koolstofverbindingen, zoals polymeren gevormd uitgaande van C2F4 of C2F6, bevat.
5. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat voornoemde plasmabehandeling (22) minstens wordt aangewend voor het realiseren van een vochtwerende of waterdichte laag.
6. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de plasmabehandeling (22) uitgevoerd wordt in een vacuüm met een druk van minder dan 500 Pa, en bij voorkeur minder dan 100 Pa.
7. Werkwijze volgens één van de conclusies 1 tot 5, daardoor gekenmerkt dat de plasmabehandeling (22) onder atmosferische druk wordt uitgevoerd.
8. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de plasmabehandeling (22) minstens op voornoemde geprofileerde randgebieden (6) , en bij voorkeur op alle geprofileerde randgebieden (6) wordt uitgevoerd, waarbij de plasmabehandeling (22) bij voorkeur het volledige oppervlak van de betreffende randgebieden (6) bestrijkt en behandeld.
9. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat voornoemde koppeldelen (7) ééndelig met het voornoemde substraat (15) zijn uitgevoerd en dat minstens de koppeldelen (7) uit het voornoemde hout of houtgebaseerd materiaal bestaan.
10. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de plasmabehandeling (22) op het volledige vloerpaneel (1) wordt uitgevoerd.
11. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat voornoemd vloerpaneel (1) een toplaag (16) op basis van kunststof bevat.
12. Werkwijze volgens conclusie 11, daardoor gekenmerkt dat de plasmabehandeling (22) minstens op voornoemde toplaag (16) wordt uitgevoerd.
13. Werkwijze volgens conclusie 12, daardoor gekenmerkt dat voornoemde plasmabehandeling (22) minstens wordt aangewend voor het realiseren van een laag met vuilaf stotende en/of antistatische en/of antibacteriële en/of geluidsdempende eigenschappen en/of met een eigenschap die de glansgraad van het oorspronkelijk oppervlak wijzigt.
14. Werkwijze volgens conclusie 12 of 13, daardoor gekenmerkt dat voornoemde plasmabehandeling (22) minstens wordt aangewend voor het realiseren van een slijtagebestendige en/of kraswerende laag, die bij voorkeur zulke eigenschappen oplevert die beter zijn dan deze van het oorspronkelijk oppervlak.
15. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de plasmabehandeling (22) tegelijkertijd op meerdere vloerpanelen (1) wordt uitgevoerd.
16. Werkwijze volgens één van de conclusies 1 tot 15, daardoor gekenmerkt dat de vloerpanelen (1) één voor één aan de plasmabehandeling (22) worden onderworpen.
17. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de werkwijze wordt aangewend voor het vervaardigen van vloerpanelen waarvan voornoemd houtgebaseerd materiaal gekozen is uit de groep van spaanplaat, vezelplaat, MDF, HDF, OSB.
18. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat voor de plasmabehandeling (22) één of een combinatie van minstens twee van volgende drie technieken wordt aangewend: de techniek van het plasma-etsen of plasmareinigen; de techniek van het plasmamodificeren; de techniek van het plasma deponeren van materiaal of plasmapolymerisatie.
19. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies, daardoor gekenmerkt dat de plasmabehandeling (22) wordt uitgevoerd door middel van een al dan niet gerichte straal.
20. Vloerpaneel, daardoor gekenmerkt dat het bekomen is of kan bekomen worden door het toepassen van een werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies.
21. Vloerpaneel, van het type dat minstens een één- of meerdelig substraat (15) bevat en aan zijn bovenzijde (8) een toplaag (16) vertoont, waarbij het vloerpaneel (1) aan minstens twee tegenovereenliggende zijden (2-3) geprofileerde randgebieden (6) vertoont die minstens koppeldelen (7) omvatten en waarbij voornoemd substraat (15) minstens gedeeltelijk uit hout of houtgebaseerd materiaal bestaat, daardoor gekenmerkt dat het vloerpaneel (1) op één of meer van voornoemde geprofileerde randgebieden (6), en bij voorkeur op alle randgebieden, een doorzichtige of doorschijnende en vochtwerende filmvormige bekleding (29) bezit, die al dan niet het volledige oppervlak van de betreffende geprofileerde randgebieden bestrijkt, en die zich van op het oppervlak van het betreffend geprofileerde randgebied (6) tot op voornoemde bovenzijde (8) van het vloerpaneel (1) uitstrekt.
22. Vloerpaneel volgens conclusie 21, daardoor gekenmerkt dat de filmvormige bekleding (29) zich over het volledige oppervlak van het betreffende geprofileerde randgebied (6) uitstrekt.
23. Vloerpaneel volgens conclusie 21 of 22, daardoor gekenmerkt dat het vloerpaneel op alle zijden (2-3-4-5) of geprofileerde randgebieden een filmvormige bekleding (29) vertoont die zich van op de betreffende zijde of van op het betreffende geprofileerd randgebied (6) tot op voornoemde bovenzijde (8) van het vloerpaneel (1) uitstrekt.
24. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 21 tot 23, daardoor gekenmerkt dat de filmvormige bekleding (29) gevormd is door een bij of na het aanbrengen uitgeharde substantie, bijvoorbeeld een vernis, lak, polymeer of dergelijke.
25. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 21 tot 24, daardoor gekenmerkt dat de filmvormige bekleding (29) een waterdichte of hoofdzakelijk waterdichte laag vormt.
26. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 21 tot 25, daardoor gekenmerkt dat de filmvormige bekleding (29), al dan niet tezamen met een vochtwerende of waterdichte toplaag (16) aan de bovenzijde (8) van het vloerpaneel (1) en al dan niet tezamen met een vochtwerende of waterdichte laag (21) aan de onderzijde (20) van het vloerpaneel (1) een alom volledige vochtwerende of waterdichte inkapseling bewerkstelligt.
27. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 21 tot 26, daardoor gekenmerkt dat de filmvormige bekleding (29) volledig inkapselend rond het eigenlijke vloerpaneel (1) is aangebracht.
28. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 21 tot 27, daardoor gekenmerkt dat de filmvormige bekleding (29) is opgebouwd uit materialen (28) of materialen (28) bevat die bijkomende eigenschappen opleveren, bijvoorbeeld met betrekking tot slijtagebestendigheid, krasvastheid, vuilafstotendheid, antistatische werking, enzovoort.
29. Vloerpaneel, van het type dat minstens een één- of meerdelig substraat (15) bevat, dat minstens gedeeltelijk uit hout of houtgebaseerd materiaal bestaat, waarbij het vloerpaneel (1) aan minstens twee tegenovereenliggende zijden (2-3) geprofileerde randgebieden (6) vertoont die minstens koppeldelen (7) omvatten, alsmede aan minstens één van deze zijden (2-3) voorzien is van een afkanting (31), zodanig dat het vloerpaneel minstens een eerste oppervlak vertoont gevormd door de eigenlijke bovenzijde van het vloerpaneel, een tweede oppervlak gevormd door het oppervlak van de voornoemde afkanting, en een derde oppervlak gevormd door het gedeelte van het geprofileerde randgebied dat zich onder voornoemde afkanting (31) uitstrekt, daardoor gekenmerkt dat zowel aan het eerste, als het tweede en derde oppervlak bekledingen aanwezig zijn, respectievelijk een eerste bekleding, een tweede bekleding en een derde bekleding, waarbij minstens één van de voornoemde bekledingen als een uitgeharde substantie gerealiseerd is.
30. Vloerpaneel volgens conclusie 29, daardoor gekenmerkt dat de eerste, tweede en derde bekleding ieder afzonderlijke bekledingen zijn, en bij voorkeur ieder met afzonderlijke technieken zijn aangebracht.
31. Vloerpaneel volgens conclusie 29, daardoor gekenmerkt dat het eerste en tweede oppervlak van eenzelfde bekleding zijn voorzien, die dan gedeeltelijk als eerste en gedeeltelijk als tweede bekleding fungeert, terwijl de derde bekleding afzonderlijk, en bij voorkeur verschillend, is uitgevoerd.
32. Vloerpaneel volgens conclusie 29, daardoor gekenmerkt dat het tweede en het derde oppervlak van eenzelfde bekleding zijn voorzien, die dan gedeeltelijk als tweede en gedeeltelijk als derde bekleding fungeert, terwijl de eerste bekleding afzonderlijk, en bij voorkeur verschillend, is uitgevoerd.
33. Vloerpaneel volgens conclusie 30 of 32, daardoor gekenmerkt dat de eerste en tweede bekleding overlappend zijn uitgevoerd.
34. Vloerpaneel volgens conclusie 31 of 32, daardoor gekenmerkt dat de tweede en de derde bekleding overlappend zijn uitgevoerd.
35. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 29 tot 34, daardoor gekenmerkt dat voor de eerste bekleding gebruik wordt gemaakt van één van volgende mogelijkheden: een op zich al dan niet uit meerdere lagen samengestelde laminaatlaag op basis van hars, zoals bijvoorbeeld HPL (High Pressure Laminate) of DPL (Direct Pressure Laminate); een folie; een lak of vernis; een polymeer; een inkt, eventueel in de vorm van een bedrukking.
36. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 29 tot 35, daardoor gekenmerkt dat voor de tweede bekleding gebruik wordt gemaakt van één van volgende mogelijkheden: een folie; een transferfolie; een lak, vernis, of inkt; een polymeer.
37. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 29 tot 36, daardoor gekenmerkt dat voor de derde bekleding gebruik wordt gemaakt van één van volgende mogelijkheden: een folie; een transferfolie; een lak, vernis of inkt; een polymeer een vochtwerende substantie, die bij voorkeur transparant en beter nog volledig doorzichtig is.
38. Vloerpaneel volgens conclusie 29, daardoor gekenmerkt dat zowel het eerste, het tweede als het derde oppervlak van éénzelfde bekleding zijn voorzien, meer speciaal een gemeenschappelijke bekleding die dan gedeeltelijk zowel als eerste, als als tweede, als als derde bekleding fungeert, waarbij deze gemeenschappelijke bekleding dan is gerealiseerd als een uitgeharde substantie.
39. Vloerpaneel volgens conclusie 32, daardoor gekenmerkt dat het vloerpaneel een laminaatvloerpaneel is, met een toplaag op basis van hars, welke toplaag de eerste bekleding vormt en dat de tweede en derde bekleding eendelig zijn verwezenlijkt door middel van een kleurstoflaag, meer speciaal laklaag.
0. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 2 9 tot 31, daardoor gekenmerkt dat het vloerpaneel een laminaatvloerpaneel is, met een toplaag op basis van hars, welke toplaag de eerste bekleding vormt; dat de tweede bekleding als een decoratieve laag is uitgevoerd die al dan niet eendelig met de eerste bekleding is; en dat de derde bekleding bestaat uit een vochtwerende laag die gedeeltelijk overlappend met de voornoemd tweede bekleding is uitgevoerd.
41. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 2 9 tot 40, daardoor gekenmerkt dat het vloerpaneel een laminaatvloerpaneel is met een kern op basis van MDF of HDF en met een toplaag gevormd door DPL (Direct Pressure Laminate).
42. Vloerpaneel volgens één van de conclusies 29 tot 41, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde koppeldelen (7) van het type zijn dat in gekoppelde toestand van twee van dergelijke vloerpanelen (1) een vergrendeling oplevert in verticale (V) en horizontale richting (H).
BE200600217A 2006-04-06 2006-04-06 Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen en vloerpaneel. BE1017049A6 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200600217 2006-04-06
BE200600217A BE1017049A6 (nl) 2006-04-06 2006-04-06 Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen en vloerpaneel.

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200600217A BE1017049A6 (nl) 2006-04-06 2006-04-06 Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen en vloerpaneel.
US12/295,657 US20090260313A1 (en) 2006-04-06 2007-04-04 Method for manufacturing floor panels and floor panel
PCT/IB2007/000987 WO2007113676A2 (en) 2006-04-06 2007-04-04 Method for manufacturing floor panels and floor panel
EP20070734306 EP2013034B1 (en) 2006-04-06 2007-04-04 Floor panel

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1017049A6 true BE1017049A6 (nl) 2007-12-04

Family

ID=38564034

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE200600217A BE1017049A6 (nl) 2006-04-06 2006-04-06 Werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen en vloerpaneel.

Country Status (4)

Country Link
US (1) US20090260313A1 (nl)
EP (1) EP2013034B1 (nl)
BE (1) BE1017049A6 (nl)
WO (1) WO2007113676A2 (nl)

Families Citing this family (35)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
SE527570C2 (sv) 2004-10-05 2006-04-11 Vaelinge Innovation Ab Anordning och metod för ytbehandling av skivformat ämne samt golvskiva
BE1016846A3 (nl) * 2005-11-09 2007-08-07 Flooring Ind Ltd Vloerbekleding, vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen.
BE1017157A3 (nl) 2006-06-02 2008-03-04 Flooring Ind Ltd Vloerbekleding, vloerelement en werkwijze voor het vervaardigen van vloerelementen.
BE1017350A6 (nl) * 2006-10-31 2008-06-03 Flooring Ind Ltd Vloerpaneel en vloerbekleding bestaande uit dergelijke vloerpanelen.
WO2008078181A1 (en) * 2006-12-22 2008-07-03 Flooring Industries Limited, Sarl Floor panel with a moisture sealed edge region and method for manufacturing the floor panels
DE202008004828U1 (de) 2008-04-07 2008-07-10 Dammers, Dirk Paneel, insbesondere Fußboden-, Decken- oder Wandpaneel
BE1018480A3 (nl) 2008-04-16 2011-01-11 Flooring Ind Ltd Sarl Vloerpanelen, vloerbekleding daaruit samengesteld, en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen.
US20100015456A1 (en) 2008-07-16 2010-01-21 Eastman Chemical Company Thermoplastic formulations for enhanced paintability toughness and melt process ability
EP2202056A1 (en) 2008-12-23 2010-06-30 Unilin Industries, BVBA Floor panel and methods for manufacturing floor panels
US8365499B2 (en) 2009-09-04 2013-02-05 Valinge Innovation Ab Resilient floor
EP2513386A4 (en) 2009-12-17 2017-11-15 Välinge Innovation AB Method and arrangements relating to surface forming of building panels
SI2339092T1 (sl) 2009-12-22 2019-08-30 Flooring Industries Limited, Sarl Postopek za izdelavo pokrivnih plošč
BE1019501A5 (nl) 2010-05-10 2012-08-07 Flooring Ind Ltd Sarl Vloerpaneel en werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen.
US8925275B2 (en) 2010-05-10 2015-01-06 Flooring Industries Limited, Sarl Floor panel
WO2012004699A2 (en) 2010-07-09 2012-01-12 Flooring Industries Limited, Sarl Panel and method for manufacturing panels
BE1019331A5 (nl) 2010-05-10 2012-06-05 Flooring Ind Ltd Sarl Vloerpaneel en werkwijzen voor het vervaardigen van vloerpanelen.
BE1019747A3 (nl) * 2010-07-15 2012-12-04 Flooring Ind Ltd Sarl Bekleding, alsmede panelen en hulpstukken daarbij aangewend.
US20130025964A1 (en) * 2011-07-27 2013-01-31 Armstrong World Industries, Inc. Sound reducing tongue and groove member sound reducing fabrication process and sound reducing blend
CN102352684A (zh) * 2011-09-05 2012-02-15 张家港市易华塑料有限公司 地板
DE202011107844U1 (de) * 2011-11-15 2013-02-18 Surface Technologies Gmbh & Co. Kg Paneel mit Kantenbrechung
JP5764744B2 (ja) * 2011-12-12 2015-08-19 パナソニックIpマネジメント株式会社 木質床材
US20150233124A1 (en) * 2012-02-23 2015-08-20 Admiral Composite Technologies, Inc. Deck system and components
US9394698B2 (en) 2012-02-23 2016-07-19 Admiral Composite Technologies, Inc. Deck system and components
US20150135618A1 (en) * 2012-06-18 2015-05-21 George S. Liu Environmentally resistant structural member
US20140020323A1 (en) * 2012-07-19 2014-01-23 Menard, Inc. Wall Plank
US9156233B2 (en) * 2012-10-22 2015-10-13 Us Floors, Inc. Engineered waterproof flooring and wall covering planks
US10301830B2 (en) 2013-03-25 2019-05-28 Valinge Innovation Ab Floorboards provided with a mechanical locking system
US9920526B2 (en) * 2013-10-18 2018-03-20 Eastman Chemical Company Coated structural members having improved resistance to cracking
US9744707B2 (en) 2013-10-18 2017-08-29 Eastman Chemical Company Extrusion-coated structural members having extruded profile members
CN104088438B (zh) * 2014-07-18 2017-05-31 浙江盛丰科技有限公司 一种新型桑拿板
EP3186459B1 (en) 2014-08-29 2019-06-26 Välinge Innovation AB Vertical joint system for a surface covering panel
EP3473783A1 (en) * 2015-05-12 2019-04-24 Unilin North America, LLC Floor board and method for manufacturing such floor boards
BE1023310A1 (nl) 2015-07-02 2017-01-31 Unilin Bvba Vloerpaneel en werkwijze voor het vervaardigen van vloerpanelen.
WO2018063047A1 (en) 2016-09-30 2018-04-05 Välinge Innovation AB Set of panels assembled by vertical displacement and locked together in the vertical and horizontal direction
WO2019135141A1 (en) 2018-01-08 2019-07-11 Unilin, Bvba Floor panel and methods for manufacturing floor panels

Family Cites Families (24)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
SE414067B (sv) * 1977-03-30 1980-07-07 Wicanders Korkfabriker Ab Skivformigt golvelement med not- och spontpassning
SE501014C2 (sv) 1993-05-10 1994-10-17 Tony Pervan Fog för tunna flytande hårda golv
BE1010487A6 (nl) * 1996-06-11 1998-10-06 Unilin Beheer Bv Vloerbekleding bestaande uit harde vloerpanelen en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijke vloerpanelen.
DE19929635A1 (de) * 1998-07-06 2000-02-03 Eba Paneelwerk Gmbh Leicht handhabbares Paneelelement mit vielfacher Oberflächengestaltung
PT1676720E (pt) * 2000-06-13 2011-02-28 Flooring Ind Ltd Revestimento de pavimentos
US8028486B2 (en) * 2001-07-27 2011-10-04 Valinge Innovation Ab Floor panel with sealing means
BE1014345A3 (nl) * 2001-08-14 2003-09-02 Unilin Beheer Bv Vloerpaneel en werkwijze voor het vervaardigen ervan.
SE525661C2 (sv) * 2002-03-20 2005-03-29 Vaelinge Innovation Ab System för bildande av dekorativa fogpartier och golvskivor därför
DE20300306U1 (de) * 2002-07-19 2003-04-17 E F P Floor Products Fusboeden Fußbodenpaneel
DE10256501A1 (de) * 2002-12-04 2004-07-15 Kronotec Ag Paneel, sowie Vorrichtung und Verfahren zum Herstellen eines Paneels
EP1441086A1 (de) 2003-01-14 2004-07-28 Josef Schulte-Führes Fussbodendiele
SE0300642D0 (sv) * 2003-03-11 2003-03-11 Pergo Europ Ab Process for sealing a joint
BE1015760A6 (nl) * 2003-06-04 2005-08-02 Flooring Ind Ltd Vloerpaneel en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijk vloerpaneel.
US6922965B2 (en) * 2003-07-25 2005-08-02 Ilinois Tool Works Inc. Bonded interlocking flooring
DE20313661U1 (de) * 2003-09-05 2003-11-13 Kaindl Wals M Paneel mit geschützter V-Fuge
DE20315676U1 (de) * 2003-10-11 2003-12-11 Kronotec Ag Paneel, insbesondere Bodenpaneel
DE102004001131B4 (de) * 2004-01-07 2010-04-22 Akzenta Paneele + Profile Gmbh Fußbodenpaneel
SE526596C2 (sv) 2004-01-13 2005-10-11 Vaelinge Innovation Ab Flytande golv med mekanisk låssystem som möjliggör rörelse mellan golvskivorna
DE202004001037U1 (de) * 2004-01-24 2004-04-29 Kronotec Ag Paneel, insbesondere Fussbodenpaneel
WO2006031169A1 (en) * 2004-09-14 2006-03-23 Pergo (Europe) Ab A decorative laminate board
AT386177T (de) * 2004-12-01 2008-03-15 Berry Finance Nv Verfahren zur herstellung einer bodenplatte
US8215078B2 (en) * 2005-02-15 2012-07-10 Välinge Innovation Belgium BVBA Building panel with compressed edges and method of making same
SE530653C2 (sv) * 2006-01-12 2008-07-29 Vaelinge Innovation Ab Fuktsäker golvskiva samt golv med ett elastiskt ytskikt omfattande ett dekorativt spår
US7918062B2 (en) * 2006-06-08 2011-04-05 Mannington Mills, Inc. Methods and systems for decorating bevel and other surfaces of laminated floorings

Also Published As

Publication number Publication date
WO2007113676A2 (en) 2007-10-11
EP2013034A2 (en) 2009-01-14
EP2013034B1 (en) 2014-06-04
WO2007113676A3 (en) 2008-07-10
US20090260313A1 (en) 2009-10-22

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP0719367B1 (en) Floor element
ES2585728T3 (es) Paneles basados en fibras con una superficie resistente al desgaste
KR101227000B1 (ko) 시이트형 블랭크 및 플로어보드의 표면부를 액체 코팅물질로 코팅하기 위한 장치 및 방법
EP1669193B1 (en) Decorating material
RU2300612C2 (ru) Доски для пола с декоративными канавками
US6898911B2 (en) Floor strip
US20170175402A1 (en) Floor panel, as well as method, device and accessories for manufacturing such floor panel
CA2360414C (en) Flooring material, comprising board shaped floor elements which are intended to be joined vertically
US9410327B2 (en) Joint guard for panels
EP1454763B2 (de) Dekoratives Veredeln einer Holzwerkstoffplatte
JP4268261B2 (ja) 化粧材およびその製造方法
CA2387803C (en) Abrasion resistant coatings
EP2558306B1 (en) Digitally injected designs in powder surfaces
BE1016875A5 (nl) Vloerpaneel en werkwijze voor het vervaardigen van dergelijk vloerpaneel.
US20060144004A1 (en) Floor panel and method for manufacturing a floor panel
EP1556561B1 (en) A surface covering panel with printed pattern
CN102741049B (zh) 明亮颜色的表面层
US20050235593A1 (en) Flooring panel
RU2344940C2 (ru) Способ изготовления плиты и плита, в частности половая панель или мебельная плита
CN102762369B (zh) 具有装饰性耐磨表面的纤维基镶板
US7790293B2 (en) Process for finishing a wooden board and wooden board produced by the process
US9140009B2 (en) Joint for panels
US7559177B2 (en) Smooth flooring transitions
RU2591466C2 (ru) Балансирующий слой на порошкообразной основе
US20070107344A1 (en) Floor strip

Legal Events

Date Code Title Description
RE20 Patent expired

Owner name: *FLOORING INDUSTRIES LTD

Effective date: 20120406