BE1015239A3 - Vloerpaneel en werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van vloerpanelen. - Google Patents

Vloerpaneel en werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van vloerpanelen. Download PDF

Info

Publication number
BE1015239A3
BE1015239A3 BE2002/0709A BE200200709A BE1015239A3 BE 1015239 A3 BE1015239 A3 BE 1015239A3 BE 2002/0709 A BE2002/0709 A BE 2002/0709A BE 200200709 A BE200200709 A BE 200200709A BE 1015239 A3 BE1015239 A3 BE 1015239A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
floor
floor panels
1a
1b
coupling parts
Prior art date
Application number
BE2002/0709A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Flooring Ind Ltd
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Flooring Ind Ltd filed Critical Flooring Ind Ltd
Priority to BE2002/0709A priority Critical patent/BE1015239A3/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1015239A3 publication Critical patent/BE1015239A3/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F15/00Flooring
    • E04F15/02Flooring or floor layers composed of a number of similar elements
    • E04F15/04Flooring or floor layers composed of a number of similar elements only of wood or with a top layer of wood, e.g. with wooden or metal connecting members
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0107Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels substantially in their own plane, perpendicular to the abutting edges
    • E04F2201/0115Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by moving the sheets, plates or panels substantially in their own plane, perpendicular to the abutting edges with snap action of the edge connectors
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/01Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship
    • E04F2201/0153Joining sheets, plates or panels with edges in abutting relationship by rotating the sheets, plates or panels around an axis which is parallel to the abutting edges, possibly combined with a sliding movement
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/02Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections
    • E04F2201/023Non-undercut connections, e.g. tongue and groove connections with a continuous tongue or groove
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F2201/00Joining sheets or plates or panels
    • E04F2201/05Separate connectors or inserts, e.g. pegs, pins, keys or strips
    • E04F2201/0517U- or C-shaped brackets and clamps

Abstract

Vloerpaneel, bestaande uit een hard paneel met koppeldelen, waarmee een vloerbekleding (2) kan worden gevormd, waarbij dergelijke vloerpanelen (1A-1B) van tussenuit aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) kunnen worden weggenomen; De werkwijze betreft verschillende technieken om dergelijke vloerpanelen (1) te koppelen, respectievelijk te ontkoppelen.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  Vloerpaneel en werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van vloerpanelen. 



  Deze uitvinding heeft betrekking op een vloerpaneel, alsmede op een werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van dergelijke vloerpanelen, meer speciaal ten opzichte van gelijkaardige aangrenzende vloerpanelen. 



  Meer speciaal heeft zij betrekking op vloerpanelen van het type dat bestaat uit harde panelen. 



  In het bijzonder heeft zij betrekking op laminaatpanelen, waarbij aan de bovenzijde een decoratieve laag aanwezig is, die al dan niet het uitzicht van parket heeft, doch, meer algemeen heeft zij ook betrekking op andere vloerpanelen, bijvoorbeeld uit massief hout of kunststof. 



  In het geval van laminaatpanelen is het bekend dat deze van een verschillende lagenopbouw kunnen zijn. Doorgaans zijn de vloerpanelen gevormd uit platen op basis van hout, zoals spaanplaat of vezelplaat, meer speciaal MDF of HDF, waarbij minstens aan de bovenzijde één of meer lagen, waaronder een decoratieve laag, zijn aangebracht. De decoratieve laag kan een bedrukte papierlaag zijn, doch evengoed, in bepaalde uitvoeringen een laag uit hout, meer speciaal fineer. Ook kunnen dergelijke vloerpanelen uit andere materialen zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld uit een basislaag op basis van hout, zoals spaanplaat, MDF of HDF en dergelijke, waarop in de plaats van een bedrukte papierlaag of fineer, een ander materiaal is aangebracht, zoals kurk, dunnen parketlamellen en dergelijke. 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 



  Het is ook bekend om dergelijke vloerpanelen, bij het installeren ervan, aan twee of meer van hun randen te koppelen, bijvoorbeeld zoals beschreven in de internationale octrooiaanvrage nr. 97/47834. 



  Verder is het ook uit het WO 01/98603 bekend dat dergelijke vloerbekleding aan minstens twee tegenovereenliggende randen kan worden voorzien van geïntegreerde koppeldelen, waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, dit teneinde een vloerbekleding te vormen, waarbij deze koppeldelen voorzien in een vergrendeling volgens een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding, alsmede in een richting loodrecht op de voornoemde randen en parallel aan het vlak van de vloerbekleding, en waarbij deze koppeldelen minstens gedeeltelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand en groef en zodanig geconfigureerd zijn dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen vanuit vlakke, meer speciaal planparallelle toestand met hun onderzijden over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds,

   deze verdraaiing daarbij bij voorkeur ook toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen kunnen worden weggenomen. 



  De huidige uitvinding beoogt verdere bijzondere uitvoeringsvormen van vloerpanelen die deze techniek toelaten, die bijzondere voordelen opleveren, alsmede een aantal werkwijzen voor het installeren en demonteren van vloerpanelen. 



  Hiertoe betreft de huidige uitvinding volgens een eerste aspect een vloerpaneel, bestaande uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggende randen is voorzien 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 van geïntegreerde koppeldelen, waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, dit teneinde een vloerbekleding te vormen, waarbij deze koppeldelen voorzien in een vergrendeling volgens een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding, alsmede in een richting loodrecht op de voornoemde randen en parallel aan het vlak van de vloerbekleding, en waarbij deze koppeldelen minstens gedeeltelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand en groef, en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen vanuit vlakke toestand met hun onderzijden over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en,

   anderzijds, deze verdraaiing toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen kunnen worden weggenomen, daardoor gekenmerkt dat de groef aan de onderzijde begrensd is door een lip die minstens gedeeltelijk gevormd is uit het materiaal van het eigenlijke vloerpaneel, waarbij dit materiaal' zich ter plaatse van deze lip hoogstens uitstrekt tot op een afstand voorbij de bovenste lip die geringer is dan de halve dikte van het vloerpaneel. 



  Doordat het eigenlijke materiaal van het vloerpaneel zich aan de onderste lip zich niet verder uitstrekt dan voornoemde afstand, wordt verkregen dat dit materiaal geen storende factor vormt bij het met de onderzijden naar elkaar toe wentelen van de panelen en/of dit materiaal niet extra dun moet worden uitgevoerd om zulke wentelbeweging toe te laten, waardoor het risico op beschadiging zou toenemen. 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 



  Volgens een voorkeurdragend kenmerk is de lip die de onderzijde van de groef begrenst, korter dan de lip die de bovenzijde van de groef begrenst. 



  Volgens een ander voorkeurdragend kenmerk wordt de vergrendeling in horizontale richting hoofdzakelijk gevormd door achter elkaar hakende gedeelten die zich aan de bovenzijde van de tand en de onderzijde van de daarmee samenwerkende lip zijn aangebracht. 



  Volgens een bijzondere uitvoeringsvorm bezit de onderste lip een gedeelte dat zich verder uitstrekt dan de bovenste lip, waaraan een vergrendelingsdeel is gevormd waardoor de vergrendeling in horizontale richting wordt verkregen, waarbij dit gedeelte uit een stripvormig elastisch ander materiaal dan het eigenlijke vloerpaneel is uitgevoerd, bij voorkeur uit metaal, en meer speciaal uit aluminium. 



  Zodoende wordt een vergrendelingsdeel verkregen dat gemakkelijk over een relatief grote afstand elastisch kan worden verbogen, waardoor de vloerpanelen vlot uit elkaar kunnen worden gehaald. 



  Ook het kenmerk dat de lip, die de onderzijde van de groef begrenst, alsook het kenmerk dat gebruik wordt gemaakt van een flexibele onderste lip, of althans minstens een flexibele verlenging van deze onderste lip, is in combinatie met het feit dat de vloerpanelen door ze met hun onderzijden naar elkaar te wentelen wegneembaar zijn, voordelig. Zoals blijkt uit de bijgevoegde conclusies, vormen deze combinaties dan ook een tweede en derde aspect van de uitvinding. 



  Volgens een vierde aspect betreft de uitvinding een vloerpaneel, bestaande uit een hard paneel dat aan minstens 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 twee tegenovereenliggende randen is voorzien van geïntegreerde koppeldelen, waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, dit teneinde een vloerbekleding te vormen, waarbij deze koppeldelen voorzien in een vergrendeling volgens een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding, alsmede in een richting loodrecht op de voornoemde randen en parallel aan het vlak van de vloerbekleding, en waarbij deze koppeldelen minstens gedeeltelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand en groef, en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen vanuit vlakke toestand met hun onderzijde over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds,

   deze verdraaiing toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen kunnen worden weggenomen, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde koppeldelen zodanig geconfigureerd zijn dat zij bij het wentelen ervan, met hun onderzijden naar elkaar toe, in een onderlinge aanslagpositie terechtkomen, waarbij deze vloerpanelen uitgaande van deze positie pas van tussenuit de aangrenzende vloerpanelen kunnen worden gewenteld, door deze aangrenzende vloerpanelen eerst verder uit elkaar te dwingen. 



  Hierdoor ontstaat ondermeer de eigenschap dat de vloerpanelen die van tussenuit de aangrenzende vloerpanelen worden gehaald, niet in één keer loskomen, zodanig dat bij het loskomen de lostrekbeweging wordt afgeremd, en vermeden wordt dat de vloerpanelen op een brute wijze loskomen wanneer hieraan te hard zou worden getrokken. 



  Volgens een vijfde aspect voorziet de uitvinding een werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van vloerpanelen, waarbij deze vloerpanelen van het type 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 zijn dat bestaat uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggende randen is voorzien van geïntegreerde koppeldelen, waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, waarbij deze koppeldelen voorzien in een vergrendeling volgens een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding, alsmede in een richting loodrecht op de voornoemde randen en parallel aan het vlak van de vloerbekleding, waarbij de voornoemde koppeldelen hoofdzakelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand en groef en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds,

   twee gekoppelde vloerpanelen vanuit vlakke of dus planparallelle toestand met hun onderzijde over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds, deze verdraaiing toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen kunnen worden weggenomen, daardoor gekenmerkt dat bij het monteren en/of demonteren op een gecombineerde wijze wordt voorzien in een wentelbeweging van de voornoemde twee vloerpanelen, alsook in een verschuiving of verdraaiing van minstens één van de aangrenzende vloerpanelen. Door deze gecombineerde bewegingen, kan het installeren, respectievelijk demonteren, op een vlottere wijze gebeuren. 



  Volgens een zesde aspect van de uitvinding worden, bij het terug monteren van twee rijen vloerpanelen in een bestaande vloerbekleding, de vloerpanelen van minstens één rij, hetzij één per één, hetzij groepsgewijs, systematisch tussen de aangrenzende rijen aangebracht, op een afstand van de vloerpanelen die zich in dezelfde rij bevinden, waarna zij in dezelfde rij naar elkaar toe worden geschoven. Dit biedt het voordeel dat de vloerpanelen veel vlotter opnieuw in de bestaande vloerbekleding kunnen 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 worden aangebracht, dan in het geval dat twee rijen ineens worden gelegd. 



  Volgens een zevende aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het leggen van vloerpanelen, waarbij deze vloerpanelen van het type zijn dat bestaat uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggendé randen is voorzien van geïntegreerde koppeldelen, waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, waarbij deze koppeldelen voorzien in een vergrendeling volgens een richting loodrecht op het vlak van de vloerbekleding, alsmede in een richting loodrecht op de voornoemde randen en parallel aan het vlak van de vloerbekleding, waarbij de voornoemde koppeldelen hoofdzakelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand en groef en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen vanuit planparallelle toestand met hun onderzijde over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid,

   waarbij een welbepaald vloerpaneel moet worden geïnstalleerd, daardoor gekenmerkt dat deze werkwijze erin bestaat dat het voornoemde welbepaald vloerpaneel wordt gelegd door tussen een reeds gelegd gedeelte van de vloerbekleding en het voornoemd vloerpaneel minstens twee vloerpanelen aan te brengen die een positie ten opzichte van elkaar kunnen aannemen, waarin de onderzijden naar elkaar toe gewenteld zijn, deze vloerpanelen, voor of na dat zij onderling met elkaar verbonden zijn, ook met voornoemd te leggen vloerpaneel en het laatste vloerpaneel van het reeds gelegde deel van de vloerbekleding te koppelen, en vervolgens de gekoppelde en tussengevoegde vloerpanelen naar beneden te drukken.

   Deze werkwijze laat toe dat dergelijke vloerpanelen ook vlot onder overhangende elementen, zoals radiators, kasten, plinten en dergelijke kunnen worden geïnstalleerd. 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 



  Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin : 
Figuur 1 schematisch een vloerpaneel volgens de uitvinding weergeeft; figuur 2 schematisch een gedeelte van een vloerbekleding weergeeft met vloerpanelen volgens figuur 1; figuur 3 op een grotere schaal een doorsnede weergeeft volgens lijn III-III in figuur l; figuur 4 een doorsnede weergeeft volgens lijn IV-IV in figuur 1; figuur 5 op een grotere schaal een zicht weergeeft van het gedeelte dat in figuur 4 met F5 is aangeduid; figuren 6,7 en 8 zichten weergeven analoog aan dat van figuur 4, doch tijdens het wegnemen van twee rijen vloerpanelen, dit voor verschillende stappen ;

   figuren 9 en 10 op een grotere schaal zichten weergeven van de gedeelten die in figuren 6 en 8 respectievelijk met F9 en F10 zijn aangeduid; figuur 11 een zicht weergeeft analoog aan dat van figuur 4, doch voor een variante; figuur 12 op een grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 11 met F12 is aangeduid; figuur 13 een zicht weergeeft analoog aan dat van figuur 11, doch tijdens het verwijderen van twee rijen vloerpanelen ; figuur 14 op een grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 13 met F14 is aangeduid; figuren 15 tot 17 een andere mogelijkheid weergeven om twee rijen panelen uit de vloerbekleding van figuur 11 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 te verwijderen, waarin figuur 16 op een grotere schaal het gedeelte weergeeft dat in figuur 15 met F16 is aangeduid ;

   figuur 18 in doorsnede nog een vloerbekleding weergeeft die uit vloerpanelen volgens de uitvinding bestaat; figuren 19 en 20 weergeven hoe twee rijen vloerpanelen uit de vloerbekleding van figuur 18 kunnen worden verwijderd ; figuur 21 een variante weergeeft om twee rijen vloerpanelen uit de vloerbekleding van figuur 18 te verwijderen ; figuren 22 tot 24 een werkwijze volgens de uitvinding weergeven, voor het herleggen van vloerpanelen; figuren 25 tot 30 nog een werkwijze volgens de uitvinding weergeven, voor het leggen van vloerpanelen. 



  Zoals weergegeven in figuur 1, heeft de uitvinding betrekking op een vloerpaneel 1, waarmee, zoals afgebeeld in figuur 2, door dergelijke vloerpanelen 1 aan elkaar te koppelen, een vloerbekleding 2 kan worden samengesteld. 



  Het vloerpaneel 1 bestaat uit een hard paneel dat, zoals weergegeven in figuur 3, aan minstens twee tegenovereenliggende randen 3-4 is voorzien van geïntegreerde koppeldelen 5-6, waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen 1 onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, zoals afgebeeld in de figuren 4 en 5. 



  De koppeldelen 5-6 voorzien in een vergrendeling volgens een richting Dl loodrecht op het vlak van de vloerbekleding 2, alsmede in een richting D2 loodrecht op de randen 3-4 en parallel aan het vlak van de vloerbekleding 2. Verder zijn deze koppelmiddelen 3-4 minstens gedeeltelijk uitgevoerd in 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 de vorm van een tand 7 en een groef 8 die zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen, die hierna specifiek met 1A en 1B zijn aangeduid, vanuit vlakke toestand, zoals in figuur 4, met hun onderzijde 9 over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds, de hierbij verwezenlijkte verdraaiing R1-R2 toelaat dat de vloerpanelen 1A-1B van tussen de aangrenzende vloerpanelen, hierna aangeduid met IC en 1D, kunnen worden weggenomen, zoals weergegeven in de figuren 6 tot 10. 



  Op zich is deze techniek bekend uit de internationale octrooiaanvrage WO 01/98603. 



  Volgens een eerste aspect van de huidige uitvinding worden echter bijzondere koppeldelen 5-6 toegepast, waardoor de in de inleiding genoemde voordelen ontstaan. Het bijzondere van de koppeldelen 5-6 in de uitvoering van figuren 1 tot 10 bestaat erin dat de groef 8 aan de onderzijde is begrensd door een lip 10 die minstens gedeeltelijk gevormd is uit het materiaal van het eigenlijke vloerpaneel, waarbij dit materiaal zich ter plaatse van deze lip 10 hoogstens uitstrekt tot op een afstand voorbij de lip 11 die de bovenzijde van de groef 8 begrenst, die geringer is dan de halve dikte van het vloerpaneel 1. 



  Met andere woorden, het in figuur 3 weergegeven uiteinde 12 zal volgens het eerste aspect van de uitvinding zich niet verder uitstrekken dan het vlak P1 dat zich op een afstand A van het uiteinde van de bovenste lip 11 bevindt die gelijk is aan de halve dikte T van het vloerpaneel 1. 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 



  Meer speciaal geniet het de voorkeur dat, zoals weergegeven, de onderste lip 10 korter is dan de bovenste lip 11. 



  Uit figuur 9 is duidelijk dat, doordat de onderste lip 10 korter is dan de bovenste lip 11, de vloerpanelen 1A-1B met hun onderzijden 9 vlot naar elkaar toe kunnen worden gewenteld. Bovendien kan dit worden verwezenlijkt met een vrij robuste tand-en-groef koppeling. 



  Opgemerkt wordt dat de vergrendeling in verticale richting, meer speciaal de richting Dl, hierbij op klassieke wijze wordt verkregen door middel van de samenwerking van de tand 7 en de groef 8, doch dat de vergrendeling in horizontale richting, meer speciaal de richting D2, hoofdzakelijk gevormd wordt door achter elkaar hakende gedeelten 13-14 die aan de bovenzijde van de tand 7 en de onderzijde van de daarmee samenwerkende lip 11 zijn aangebracht. Doordat minstens aan de bovenzijde een vergrendeling in de richting D2 is verwezenlijkt, ontstaat het voordeel dat de onderzijde van de tand 7 vrij ontworpen kan worden, dit met het oog op de optimalisering van een koppeling die, zoals hiervoor beschreven, toelaat dat de panelen met hun onderzijden 9 minstens over een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gewenteld. 



  Het feit dat de vloerpanelen 1A-1B door middel van de rotatiebewegingen Rl en R2 van tussenuit de vloerpanelen IC en 1D kunnen worden weggenomen, betekent niet dat dit louter door middel van zulke bewegingen moet mogelijk zijn. 



  Afhankelijk van de vorm van de koppeldelen 5-6 is het immers niet uitgesloten dat daarbij nog andere bewegingen moeten worden uitgevoerd, bijvoorbeeld de aangrenzende 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 vloerpanelen IC en/of 1D ietwat moeten uit elkaar geschoven worden. 



  Opgemerkt wordt dat het vloerpaneel 1 uiteraard ook aan de andere randen 15-16 van koppeldelen 17-18 kan worden voorzien. Deze koppeldelen 17-18 kunnen hierbij zodanig uitgevoerd zijn dat zij een vergrendeling in horizontale en/of verticale richting bewerkstelligen. Deze hoeven niet van dezelfde aard te zijn als de hiervoor beschreven koppeldelen 5-6. Het is duidelijk dat de koppeldelen 5-6 en/of 17-18 binnen het kader van de huidige uitvinding verschillende vormen kunnen aannemen, en dat in functie daarvan verschillende koppeltechnieken voor het aan elkaar koppelen van de vloerpanelen 1 kunnen worden toegepast, meer speciaal door ze in elkaar te wentelen en/of in elkaar te schuiven. 



  In de figuren 11 tot 16 is een variante weergegeven, waarbij de onderste lip 10 een gedeelte 19 bezit dat zich verder uitstrekt dan de bovenste lip 11, waaraan een vergrendelingsdeel 20 is gevormd, waardoor de vergrendeling in horizontale richting D2 wordt verkregen, met als bijzonderheid dat dit gedeelte 19 uit een stripvormig elastisch materiaal is verwezenlijkt, meer speciaal een materiaal dat verschillend is van het materiaal van het eigenlijke vloerpaneel 1. Bij voorkeur wordt hiertoe een aluminiumstrip aangewend die zich bijvoorbeeld doorlopend langsheen de betreffende rand 4 uitstrekt, welke op eender welke wijze tegen de onderzijde van het eigenlijke vloerpaneel 1 is bevestigd. 



  Het voornoemde vergrendelingsdeel 20 begrenst hierbij een uitsparing of vrije ruimte 21 waarin het vergrendelingsdeel 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 22 dat zich aan de tand 7 bevindt, bij het naar onder wentelen, kan plaatsnemen, zoals afgebeeld in figuur 14. 



  Het vergrendelingsdeel 20 is zodanig elastisch vervormbaar dat de koppeldelen vlot uit elkaar kunnen worden gehaald. 



  Hiertoe wordt bij voorkeur, zoals afgebeeld, gebruik gemaakt van een vergrendelingsdeel 20 dat zich schuin omhoog uitstrekt, bij voorkeur onder een hoek B ten opzichte van het vlak van het vloerpaneel die kleiner is dan 60 graden, zodanig dat dit vergrendelingsdeel 20 vlot naar beneden kan gewenteld worden, meer speciaal naar beneden kan verbogen worden, zoals aangeduid met pijl R3. 



  Bovendien geniet het de voorkeur dat, zoals weergegeven, het vergrendelingsdeel 20 onderaan rechtstreeks op een star punt 23 aansluit, zodanig dat dit vergrendelingsdeel 20 bij het verbuigen als het ware een rotatie uitvoert rond dit punt 23. Doordat dit punt 23 vrij dicht bij het vrije uiteinde van het vergrendelingsdeel 20 is gelegen, wordt verkregen dat dit vergrendelingsdeel 20 bij een bepaalde vervorming onmiddellijk veel plaats biedt om de tand 7 uit de groef 8 los te maken. 



  De vloerpanelen 1 van figuren 11 tot 17 laten toe dat twee van dergelijke vloerpanelen, meer speciaal 1A-1B, of althans minstens twee, of meerdere wanneer gesproken wordt over twee rijen, op twee wijzen van tussen de aangrenzende vloerpanelen 1C-1D worden verwijderd. 



  De eerste wijze is weergegeven in de figuren 13 en 14. 



  Hierbij worden de vloerpanelen 1A-1B, zoals weergegeven bij hun aan elkaar gekoppelde randen, naar boven getrokken, bijvoorbeeld door middel van een handvat 24 dat met zuignappen 25 op het vloerpaneel 1A en/of 1B wordt 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 vastgezet. Hierdoor komt de tand 7 van het vloerpaneel 1A uit de groef 8 van het vloerpaneel 1C los, waarna het geheel van de vloerpanelen 1A en 1B, zoals aangeduid in figuur 13, kan worden verwijderd. 



  De tweede wijze is weergegeven in de figuren 15 tot 17 en is gebaseerd op het feit dat eerst de vloerpanelen 1A en 1B aan hun gekoppelde randen 3-4 worden losgemaakt, hetgeen in deze uitvoeringsvorm mogelijk is dankzij de buigzaamheid van het vergrendelingsdeel 20. 



  In de figuren 18 tot 21 is een vloerbekleding 2, bestaande uit vloerpanelen 1-1A-1B-1C-1D volgens de uitvinding weergegeven, waarbij deze vloerpanelen eveneens koppeldelen 5-6 bevatten die toelaten dat twee vloerpanelen 1A-1B, of rijen van vloerpanelen 1A-1B, van tussenuit de aangrenzende vloerpanelen 1C-1D kunnen worden weggenomen, met als kenmerk dat deze koppeldelen 5-6 zodanig geconfigureerd zijn dat de vloerpanelen 1A-1B bij het wentelen ervan met hun onderzijden 9 naar elkaar toe in een onderlinge aanslagpositie terechtkomen, en waarbij deze vloerpanelen 1A-1B, uitgaande van deze positie, pas van tussenuit de aangrenzende vloerpanelen 1C-1D kunnen worden verwijderd door een wentelbeweging, nadat deze vloerpanelen 1C-1D eerst verder van elkaar verwijderd zijn en/of, nadat minstens één van de vloerpanelen 1C-1D over een bepaalde afstand meegewenteld is. 



  Dit is weergegeven in de figuren 19 tot 21. Figuur 19 toont de vloerpanelen 1A en 1B in een aanslagpositie, met andere woorden in een positie waarbij de onderzijden 9 niet verder naar elkaar toe kunnen worden gewenteld. Hierbij is het nog onmogelijk om het geheel van vloerpanelen 1A en 1B vrij van tussenuit de vloerpanelen 1C en 1D naar buiten te wentelen, 

 <Desc/Clms Page number 15> 

 vermits de draaicirkel 26 van de top van de tand 7 van het vloerpaneel 1A doorheen de bovenste lip 11 van het vloerpaneel IC gaat. 



  Door nu volgens de mogelijkheid van figuur 20 ook het vloerpaneel IC aan een geringe rotatie te onderwerpen, is het wel mogelijk om de vloerpanelen 1A-1B los te maken. Een andere mogelijkheid is dat, zoals weergegeven in figuur 21, de afstand tussen de vloerpanelen 1C en 1D iets vergroot wordt door één of beide, en uiteraard ook de daarmee gekoppelde andere vloerpanelen 1, een weinig te verschuiven, bijvoorbeeld zoals aangeduid met pijl X. In de meeste gevallen stelt dit laatste geen probleem bij een zwevend verlegde vloerbekleding. 



  In de figuren 22 tot 24 is een bijzondere werkwijze van de uitvinding weergegeven om vloerpanelen 1 die uit een bestaande vloerbekleding 2 zijn uitgehaald, terug op hun plaats aan te brengen, of om andere gelijkaardige vloerpanelen 1 in de plaats ervan aan te brengen. 



  Het bijzondere hierbij bestaat erin dat bij het opnieuw monteren van twee te leggen rijen vloerpanelen 27-28, de vloerpanelen van minstens één rij, in dit geval de vloerpanelen 1A, hetzij één per één, hetzij groepsgewijs, bijvoorbeeld twee per twee, systematisch tussen de aangrenzende rijen 1C en 1B worden aangebracht, dit op onderlinge afstanden Z van elkaar, waarna deze vloerpanelen 1A naar elkaar worden geschoven en ook aan hun randen 15-16 bij voorkeur worden vergrendeld. 



  Hierbij wordt bij voorkeur eerst één rij vloerpanelen, in dit geval de rij vloerpanelen 28, gelegd, waarna, zoals afgebeeld in figuur 22, een eerste vloerpaneel 1A op zijn 

 <Desc/Clms Page number 16> 

 plaats weren   aangeoracnt,   met een inwentelbeweging tegengesteld aan de uithaalbeweging die hiervoor beschreven is, bijvoorbeeld aan de hand van figuren 6 tot 8, of ook reeds beschreven is in het Belgisch octrooi nr. 1. 013.569. 



  Vervolgens wordt, zoals weergegeven in figuur 23, op gelijkaardige wijze een volgend vloerpaneel 1A tussen de rijen vloerpanelen IC en 1B aangebracht, dit op een afstand Z van het reeds voordien gelegde vloerpaneel 1A. 



  Op deze wijze kunnen alle vloerpanelen 1A worden aangebracht. Nadat telkens zulk vloerpaneel 1A is aangebracht, of nadat zij alle zijn aangebracht, worden zij aan de randen 15-16, in dit geval de korte zijden, met elkaar verbonden door ze naar elkaar te verschuiven, zoals weergegeven in figuur 24, bijvoorbeeld met behulp van een stootblok 29 en een hamer 30 of op eender welke andere wijze. Bij voorkeur bevinden zich aan de randen 15-16 koppeldelen die met een "snap-effect" in elkaar kunnen worden gevoegd. Uitvoeringen hiervan zijn op zich voldoende bekend uit de stand van de techniek. 



  Opgemerkt wordt dat de vloerpanelen 1, en dus ook 1A-1B, ietwat flexibel zijn, hetgeen toelaat dat bij het leggen van het tweede vloerpaneel 1A, en het omhoog wentelen van de rijen 27 en 28, de koppelingen aan het eerste vloerpaneel 1A niet echt loskomen, doordat de vloerpanelen 1A-1B door de voornoemde flexibiliteit ietwat torsen. 



  De werkwijze van figuren 22 tot 24 laat een systematisch leggen van de vloerpanelen 1A toe, hetgeen veel gemakkelijker verloopt dan wanneer twee rijen 27-28 in één maal tussen de aangrenzende vloerpanelen IC en 1D worden aangebracht. 

 <Desc/Clms Page number 17> 

 



  Dikwijls gebeurt het ook dat één of beide van de delen 31-32 van de nog liggende vloerbekleding 2 onderling een weinig verschoven zijn. Bij dergelijke systematische opbouw kan men dan één van de delen, in de figuren het deel 31, systematisch ietwat bijtrekken door middel van een gereedschap, bijvoorbeeld een handvat 33 dat door middel van zuignappen 34 op het betreffende deel 31 van de vloerbekleding 2 kan worden vastgezet. 



  Het is duidelijk dat verschillende varianten op de werkwijze die hiervoor aan de hand van figuren 22 tot 24 is uitgelegd, mogelijk zijn. Zo bijvoorbeeld kan de installateur plaatsnemen op het deel 31, het handvat 24 op het te plaatsen vloerdeel 1A aanbrengen en eventueel met het handvat 33 een kracht op het deel 32 uitoefenen door dit handvat 33 op één van de vloerpanelen 1D te plaatsen. 



  Door het handvat 24 telkens op de systematisch in te voegen vloerdelen 1A te plaatsen, is het soms ietwat gemakkelijker om het vloerpaneel 1A tijdens het leggen onder controle te houden. 



  In de figuren 25 tot 30 is een bijzondere werkwijze voor het leggen van vloerpanelen 1 weergegeven. Deze werkwijze is vooral handig voor het leggen van één of meer vloerpanelen die onder een voorwerp moeten worden geschoven en waarbij niet de mogelijkheid bestaat om deze door middel van een wentelbeweging aan een reeds voordien gelegde rij vloerpanelen te koppelen. In de figuren 25 tot 30 handelt het hierbij over het vloerpaneel 1D dat in het weergegeven voorbeeld onder een radiator 35 is gesitueerd, alsook onder een bestaande plint 36. 



  De werkwijze bestaat erin dat het vloerpaneel 1D wordt gelegd door tussen een reeds gelegd gedeelte 37 van de 

 <Desc/Clms Page number 18> 

 vloerbekleding 2 en het vloerpaneel 1D minstens twee vloerpanelen 1A-1B aan te brengen die een positie ten opzichte van elkaar kunnen aannemen waarin de onderzijden 9 naar elkaar toe gewenteld zijn, deze vloerpanelen 1A-1B, voor of na dat zij onderling met elkaar verbonden zijn, ook met de vloerpanelen 1C en 1D te koppelen, en vervolgens de gekoppelde vloerpanelen 1A en 1B naar beneden te drukken, hetgeen systematisch in de figuren 25 tot 30 is afgebeeld. 



  De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijke vloerpaneel en de werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen ervan, kunnen volgens verschillende varianten worden verwezenlijkt zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.

Claims (16)

Conclusies.
1.- Vloerpaneel, bestaande uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggende randen (3-4) is voorzien van geïntegreerde koppeldelen (5-6), waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen (1) onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, dit teneinde een vloerbekleding (2) te vormen, waarbij deze koppeldelen (5-6) voorzien in een vergrendeling volgens een richting (Dl) loodrecht op het vlak van de vloerbekleding (2), alsmede in een richting (D2) loodrecht op de voornoemde randen (3-4) en parallel aan het vlak van de vloerbekleding (2), en waarbij deze koppeldelen (5-6) minstens gedeeltelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand (7) en groef (8) die zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen (1A-1B) vanuit vlakke toestand met hun onderzijden (9) over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds,
deze verdraaiing toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen (1A-1B) zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) kunnen worden weggenomen, daardoor gekenmerkt dat de groef (8) aan de onderzijde begrensd is door een lip (10) die minstens gedeeltelijk gevormd is uit het materiaal van het eigenlijke vloerpaneel (1), waarbij dit materiaal zich ter plaatse van deze lip (10) hoogstens uitstrekt tot op een afstand voorbij de bovenste lip (11) die geringer is dan de halve dikte (T) van het vloerpaneel (1).
2.- Vloerpaneel volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de lip (10) die de onderzijde van de groef (8) begrenst, korter is dan de lip (11) die de bovenzijde van de groef (8) begrenst. <Desc/Clms Page number 20>
3.- Vloerpaneel volgens conclusie 1 of 2, daardoor gekenmerkt dat de vergrendeling in de richting (D2) van het vlak van de vloerbekleding hoofdzakelijk gevormd wordt door achter elkaar hakende gedeelten (13-14) die zich aan de bovenzijde van de tand (7) en de onderzijde van de daarmee samenwerkende lip (11) bevinden.
4.- Vloerpaneel volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de onderste lip (10) een gedeelte (19) bezit dat zich verder uitstrekt dan de bovenste lip (10), waaraan een vergrendelingsdeel (20) is gevormd waardoor de vergrendeling in horizontale richting (D2) wordt verkregen, waarbij dit gedeelte (19) uit een stripvormig elastisch materiaal, anders dan het materiaal van het eigenlijke vloerpaneel (1), is uitgevoerd.
5.- Vloerpaneel volgens conclusie 4, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde gedeelte (19) bestaat uit metaal, meer speciaal aluminium.
6.- Vloerpaneel volgens conclusie 4 of 5, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde vergrendelingsdeel (20) een uitsparing (21) begrenst waarin een vergrendelingsdeel (22) dat zich aan de tand (7) bevindt bij het wentelen kan plaatsnemen.
7.- Vloerpaneel volgens één van de conclusies 4 tot 6, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde vergrendelingsdeel (20) elastisch vervormbaar is, zodanig dat de koppeldelen (5-6) door de elastische vervorming van dit vergrendelingsdeel (20) uit elkaar kunnen worden gehaald, wanneer twee van dergelijke vloerpanelen (1A-1B) met hun onderzijden (9) naar elkaar toe worden gewenteld. <Desc/Clms Page number 21>
8.- Vloerpaneel volgens één van de conclusies 4 tot 7, daardoor gekenmerkt dat het voornoemde vergrendelingsdeel (20) bestaat uit een schuin opwaarts gericht gedeelte, dat bij voorkeur een hoek (B) met het vlak van het vloerpaneel (1) maakt die kleiner is dan 60 graden.
9. - Vloerpaneel, bestaande uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggende randen (3-4) is voorzien van geïntegreerde koppeldelen (5-6), waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen (1) onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, dit teneinde een vloerbekleding (2) te vormen, waarbij deze koppeldelen (5-6) voorzien in een vergrendeling volgens een richting (Dl) loodrecht op het vlak van de vloerbekleding (2), alsmede in een richting (D2) loodrecht op de voornoemde randen (3-4) en parallel aan het vlak van de vloerbekleding (2), en waarbij deze koppeldelen (5-6) minstens gedeeltelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand (7) en groef (8), en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen (1A-1B) vanuit' vlakke toestand met hun onderzijden (9) over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds,
deze verdraaiing toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen (1A-1B) zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) kunnen worden weggenomen, daardoor gekenmerkt dat de vergrendeling in horizontale richting (D2) hoofdzakelijk gevormd wordt door achter elkaar hakende gedeelten (13-14) die zich aan de bovenzijde van de tand (7) en de onderzijde van de daarmee samenwerkende lip (11), meer speciaal de lip (11) die de bovenzijde van de groef (8) begrenst, bevinden.
10.- Vloerpaneel, bestaande uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggende randen (3-4) is voorzien van geïntegreerde koppeldelen (5-6), waardoor meerdere van <Desc/Clms Page number 22> dergelijke vloerpanelen (1) onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, dit teneinde een vloerbekleding (2) te vormen, waarbij deze koppeldelen (5-6) voorzien in een vergrendeling volgens een richting (Dl) loodrecht op het vlak van de vloerbekleding (2), alsmede in een richting (D2) loodrecht op de voornoemde randen (3-4) en parallel aan het vlak van de vloerbekleding (2), en waarbij deze koppeldelen (5-6) minstens gedeeltelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand (7) en groef (8), en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen (1A-1B) vanuit vlakke toestand met hun onderzijden (9)
over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds, deze verdraaiing toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen (1A-1B) zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) kunnen worden weggenomen, daardoor gekenmerkt dat de groef (8) begrensd is door een onderste lip (10) en een bovenste lip (11), en dat de onderste lip (10) een gedeelte (19) bezit dat zich verder uitstrekt dan de bovenste lip (11), waaraan een vergrendelingsdeel (20) is gevormd waardoor de vergrendeling in horizontale richting (D2), of dus. in het vlak van de vloerbekleding (2), wordt verkregen, waarbij dit gedeelte (19) uit een stripvormig elastisch materiaal, anders dan het materiaal van het eigenlijke vloerpaneel (1), is uitgevoerd.
11.- Vloerpaneel, bestaande uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggende randen (3-4) is voorzien van geïntegreerde koppeldelen (5-6), waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen (1) onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, dit teneinde een vloerbekleding (2) te vormen, waarbij deze koppeldelen (5-6) voorzien in een vergrendeling volgens een richting (Dl) loodrecht op het vlak van de vloerbekleding (2), alsmede in een richting <Desc/Clms Page number 23> (D2) loodrecht op de voornoemde randen (3-4) en parallel aan het vlak van de vloerbekleding (2), en waarbij deze koppeldelen (5-6) minstens gedeeltelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand (7) en groef (8), en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen (1A-1B) vanuit vlakke toestand met hun onderzijden (9)
over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds, deze verdraaiing toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen (1A-1B) zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) kunnen worden weggenomen, daardoor gekenmerkt dat de voornoemde koppeldelen (5-6) bovendien zodanig geconfigureerd zijn dat zij bij het wentelen ervan, met hun onderzijden (9) naar elkaar toe, in een onderlinge aanslagpositie terechtkomen, waarbij deze vloerpanelen (1A-1B) uitgaande van deze positie pas van tussenuit de aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) kunnen worden gewenteld, door deze aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) eerst verder uit elkaar te dwingen.
12. - Werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van vloerpanelen, waarbij deze vloerpanelen (1) van het type zijn dat bestaat uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggende randen (3-4) is voorzien van geïntegreerde koppeldelen (5-6), waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen (1) onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, waarbij deze koppeldelen (5-6) voorzien in een vergrendeling volgens een richting (Dl) loodrecht op het vlak van de vloerbekleding (2), alsmede in een richting (D2) loodrecht op de voornoemde randen (3-4) en parallel aan het vlak van de vloerbekleding (2), waarbij de voornoemde koppeldelen (5-6) hoofdzakelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand (7) en groef (8) en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen (1A-1B) vanuit vlakke toestand met hun onderzijden (9)
over <Desc/Clms Page number 24> minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds, deze verdraaiing toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen (1A-1B) zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) kunnen worden weggenomen, daardoor gekenmerkt dat bij het monteren en/of demonteren op een gecombineerde wijze wordt voorzien in een wentelbeweging van de voornoemde twee vloerpanelen (1A-1B) , alsook in een verschuiving of verdraaiing van minstens één van de aangrenzende vloerpanelen (1C-1D).
13.- Werkwijze volgens conclusie 12, daardoor gekenmerkt dat, bij het wegnemen van vloerpanelen (1A-1B) , minstens één van de aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) wordt verschoven teneinde meer plaats te maken om de gewentelde vloerpanelen (1A-1B) van tussen de aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) weg te nemen.
14.- Werkwijze volgens conclusie 12, daardoor gekenmerkt dat, bij het terug invoegen van vloerpanelen (1A-1B), minstens één van de aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) wordt verschoven, teneinde deze tijdens het ineenwentelen van twee vloerpanelen (1A-1B) naar de ineen te wentelen vloerpanelen (1A-1B) te schuiven en zodoende het koppelen van alle betreffende vloerpanelen (lA-lB-ic-lD) te vergemakkelijken.
15.- Werkwijze voor het koppelen van vloerpanelen, waarbij deze vloerpanelen (1) van het type zijn dat bestaat uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggende randen (3-4) is voorzien van geïntegreerde koppeldelen (5-6), waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen (1) onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, waarbij deze koppeldelen (5-6) voorzien in een vergrendeling volgens een richting (Dl) loodrecht op het vlak van de vloerbekleding <Desc/Clms Page number 25> (2), alsmede in een richting (D2) loodrecht op de voornoemde randen (3-4) en parallel aan het vlak van de vloerbekleding (2), waarbij de voornoemde koppeldelen (5-6) hoofdzakelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand (7) en groef (8) en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, twee gekoppelde vloerpanelen (1A-1B) vanuit vlakke toestand met hun onderzijden (9)
over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, en, anderzijds, deze verdraaiing toelaat dat de voornoemde twee vloerpanelen (1A-1B) zodoende van tussenuit verder aangrenzende vloerpanelen (1C-1D) kunnen worden weggenomen, daardoor gekenmerkt dat bij het terug monteren van twee rijen (27-28) vloerpanelen (1A-1B) in een' bestaande vloerbekleding (2) de vloerpanelen (1A) van minstens één rij, hetzij één per één, hetzij groepsgewijs, systematisch tussen de aangrenzende rijen worden aangebracht, op een afstand (Z) van de vloerpanelen (1A) die zich in dezelfde rij bevinden, waarna zij in dezelfde rij (27) naar elkaar toe worden geschoven, meer speciaal nadat de vloerpanelen (1A-1B) in vlakke toestand zijn gebracht.
16.- Werkwijze voor het leggen van vloerpanelen, waarbij deze vloerpanelen (1) van het type zijn dat bestaat uit een hard paneel dat aan minstens twee tegenovereenliggende randen (3-4) is voorzien van geïntegreerde koppeldelen (5-6), waardoor meerdere van dergelijke vloerpanelen (1) onderling aan elkaar kunnen worden gekoppeld, waarbij deze koppeldelen (5-6) voorzien in een vergrendeling volgens een richting (Dl) loodrecht op het vlak van de vloerbekleding (2), alsmede in een richting (D2) loodrecht op de voornoemde randen (3-4) en parallel aan het vlak van de vloerbekleding (2), waarbij de voornoemde koppeldelen (5-6) hoofdzakelijk zijn uitgevoerd in de vorm van een tand (7) en groef (8) en zodanig zijn geconfigureerd dat, enerzijds, <Desc/Clms Page number 26> twee gekoppelde vloerpanelen (1A-1B)
vanuit planparallelle toestand met hun onderzijde over minstens een bepaalde hoek naar elkaar toe kunnen worden gedraaid, waarbij een welbepaald vloerpaneel (1D) moet worden geïnstalleerd, daardoor gekenmerkt dat deze werkwijze erin bestaat dat het voornoemde welbepaald vloerpaneel (1D) wordt gelegd door tussen een reeds gelegd gedeelte (37) van de vloerbekleding (2) en het voornoemd vloerpaneel (1D) minstens twee vloerpanelen (1A-1B) aan te brengen die een positie ten opzichte van elkaar kunnen aannemen waarin de onderzijden (9) naar elkaar toe gewenteld zijn, deze vloerpanelen (1A-1B), voor of na dat zij onderling met elkaar verbonden zijn, ook met voornoemde te leggen vloerpaneel (1D) en het vloerpaneel (IC) van de laatste rij van het reeds gelegde deel (37) van de vloerbekleding (2) te koppelen, en vervolgens de gekoppelde en tussengevoegde vloerpanelen (1A-1B)
naar beneden te drukken.
BE2002/0709A 2002-12-09 2002-12-09 Vloerpaneel en werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van vloerpanelen. BE1015239A3 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2002/0709A BE1015239A3 (nl) 2002-12-09 2002-12-09 Vloerpaneel en werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van vloerpanelen.

Applications Claiming Priority (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2002/0709A BE1015239A3 (nl) 2002-12-09 2002-12-09 Vloerpaneel en werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van vloerpanelen.
AU2003292066A AU2003292066A1 (en) 2002-12-09 2003-11-19 Floor panel and method for coupling and uncoupling them
PCT/EP2003/013075 WO2004053258A1 (en) 2002-12-09 2003-11-19 Floor panel and method for coupling and uncoupling them

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1015239A3 true BE1015239A3 (nl) 2004-11-09

Family

ID=32476776

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2002/0709A BE1015239A3 (nl) 2002-12-09 2002-12-09 Vloerpaneel en werkwijze voor het koppelen, respectievelijk ontkoppelen van vloerpanelen.

Country Status (3)

Country Link
AU (1) AU2003292066A1 (nl)
BE (1) BE1015239A3 (nl)
WO (1) WO2004053258A1 (nl)

Families Citing this family (23)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102005061645B4 (de) * 2005-12-22 2009-12-10 Flooring Technologies Ltd. Bodenbelag mit an beliebiger Stelle aus dem Verbund entfernbaren Paneelen
US8353140B2 (en) 2007-11-07 2013-01-15 Valinge Innovation Ab Mechanical locking of floor panels with vertical snap folding
PL2369090T3 (pl) * 2010-03-16 2016-04-29 Fligo Flooring Innovation Group Ab Modułowe podłoże podłogowe
AU2012202355B2 (en) * 2011-03-18 2014-01-30 Välinge Innovation AB Vertical Joint System and Associated Surface Covering System
US8806832B2 (en) 2011-03-18 2014-08-19 Inotec Global Limited Vertical joint system and associated surface covering system
US20150218812A1 (en) 2012-09-19 2015-08-06 Inotec Global Limited Panel for Covering a Surface or Support and an Associated Joint System
EP2865527B1 (en) 2013-10-22 2018-02-21 Agfa Nv Manufacturing of decorative surfaces by inkjet
EP2865528B1 (en) 2013-10-22 2018-01-31 Agfa Nv Manufacturing of decorative surfaces by inkjet
EP2865531B1 (en) 2013-10-22 2018-08-29 Agfa Nv Inkjet printing methods for manufacturing of decorative surfaces
EP3275678A3 (en) 2014-01-10 2018-02-28 Agfa Nv Manufacturing of decorative laminates by inkjet
PL2905376T3 (pl) 2014-02-06 2019-02-28 Agfa Nv Wytwarzanie laminatów dekoracyjnych metodą druku natryskowego
WO2015140157A1 (en) 2014-03-17 2015-09-24 Agfa Graphics Nv A decoder and encoder for a digital fingerprint code
EP3000853A1 (en) 2014-09-29 2016-03-30 Agfa-Gevaert Etch-resistant inkjet inks for manufacturing conductive patterns
EP3034572B1 (en) 2014-12-16 2018-05-30 Agfa Nv Aqueous inkjet inks
CN107109850B (zh) 2014-12-22 2019-10-25 塞拉洛克创新股份有限公司 用于地板镶板的机械锁定系统
EP3095614B1 (en) 2015-05-22 2019-12-25 Agfa Nv Manufacturing of decorative surfaces by inkjet
EP3095613B1 (en) 2015-05-22 2019-11-27 Agfa Nv Manufacturing of decorative panels by inkjet
EP3300916B1 (en) 2016-09-30 2019-08-14 Agfa Nv Manufacturing of decorative surfaces
EP3300915B1 (en) 2016-09-30 2019-08-14 Agfa Nv Inkjet printing methods for decorative surfaces
EP3447098A1 (en) 2017-08-22 2019-02-27 Agfa Nv Aqueous inkjet ink sets and inkjet printing methods
WO2019072733A1 (en) 2017-10-11 2019-04-18 Agfa Nv Inkjet printing methods for manufacturing decorative laminate panels
EP3521055A1 (en) 2018-01-31 2019-08-07 Agfa Nv Methods for manufacturing decorative laminate panels
EP3521048A1 (en) 2018-01-31 2019-08-07 Agfa Nv Inkjet printing methods for decorative laminate panels

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1997047834A1 (en) 1996-06-11 1997-12-18 Unilin Beheer B.V. Floor covering, consisting of hard floor panels and method for manufacturing such floor panels
WO1999066151A1 (en) * 1998-06-03 1999-12-23 Välinge Aluminium AB Locking system and flooring board
WO2001098603A2 (en) 2000-06-20 2001-12-27 Flooring Industries Ltd. Floor covering
WO2002055809A1 (en) * 2001-01-12 2002-07-18 Välinge Aluminium AB Floorboard and locking system
EP1251219A1 (de) * 2001-07-11 2002-10-23 Kronotec Ag Verfahren zur Verlegung und Verriegelung von Bodenpaneelen

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1997047834A1 (en) 1996-06-11 1997-12-18 Unilin Beheer B.V. Floor covering, consisting of hard floor panels and method for manufacturing such floor panels
WO1999066151A1 (en) * 1998-06-03 1999-12-23 Välinge Aluminium AB Locking system and flooring board
WO2001098603A2 (en) 2000-06-20 2001-12-27 Flooring Industries Ltd. Floor covering
WO2002055809A1 (en) * 2001-01-12 2002-07-18 Välinge Aluminium AB Floorboard and locking system
EP1251219A1 (de) * 2001-07-11 2002-10-23 Kronotec Ag Verfahren zur Verlegung und Verriegelung von Bodenpaneelen

Also Published As

Publication number Publication date
WO2004053258A1 (en) 2004-06-24
AU2003292066A1 (en) 2004-06-30

Similar Documents

Publication Publication Date Title
ES2443584T3 (es) Revestimiento de suelo
US6918220B2 (en) Locking systems for floorboards
CN101153515B (zh) 地板
EP2281978B1 (en) Method of attaching a strip to a floorboard
KR100387661B1 (ko) 건축용 널판재의 연결 시스템
EP2116666B1 (de) Befestigungssystem für Paneele sowie Paneel mit Befestigungssystem
US7762035B2 (en) Floor panel and floor covering composed of such floor panels
EP2405078B1 (en) System comprising mechanically interconnectable building panels
EP1394335B1 (en) Flooring system
DE102009034902B4 (de) Belag aus mechanisch miteinander verbindbaren Paneelen
US8495849B2 (en) Floor covering and locking systems
DE102004055951C5 (de) Verbindungsmittel
US7854100B2 (en) Laminate floor panels
ES2247961T3 (es) Cubierta para suelo, consistente en paneles para solado duros y metodo para fabricar dichos paneles para suelo.
CN102725464B (zh) 用于地板镶板的机械锁定系统及其榫舌
US6968663B2 (en) Floor covering
ES2298664T3 (es) Un juego de paneles de suelo.
EP2280130B1 (en) Floor covering
JP4574172B2 (ja) フロアボード、フローリングシステム、及びその製造方法及び設置方法
AU747344B2 (en) Locking system and flooring board
US10180005B2 (en) Mechanical locking system for floor panels
EP1242701B1 (de) Verbindung
US8037656B2 (en) Flooring boards with press down locking mechanism
JP2004518042A (ja) フロアボード及びその製造方法及び設置方法
DE102007043308B4 (de) Einrichtung zur Verbindung und Verriegelung zweier Bauplatten, insbesondere Fussbodenpaneele

Legal Events

Date Code Title Description
RE Lapsed

Effective date: 20051231