<Desc/Clms Page number 1>
Luchtuitblaasinrichting voor een luchtbehandelingsinstallatie voor grote ruimten.
De uitvinding heeft betrekking op een luchtuitblaasinrichting voor een luchtbehandelingsinstallatie voor grote ruimten, zoals hallen, omvattende ten minste een drukkamer voor het opnemen van gecomprimeerde uit te blazen lucht waarvan de wand is voorzien van ten minste een uitblaasmondstuk voor het gericht uitblazen van lucht.
Een dergelijke inrichting is in verschillende uitvoeringsvormen bekend. Bij de in de Nederlandse octrooiaanvrage 8105412 beschreven uitvoeringsvorm zijn in de wand van de drukkamer een aantal blaasmondstukkoppen aangebracht, die in een dwars op de algemene uitstroomrichting staand kopvlak een aantal uitblaasmondstukken bezitten. Bij een andere uitvoeringsvorm zijn een aantal naast elkaar gelegen uitblaasmondstukken direkt in de wand van de drukkamer aangebracht. Via de uitblaasmondstukken wordt lucht vanuit de drukkamer met betrekkelijk grote snelheid en gericht in de ruimte geblazen.
De bekende inrichting heeft als nadeel dat de hoeveelheid primaire (verse) lucht die via de uitblaasmondstukken in de ruimte kan worden geblazen beperkt is. Teneinde binnen de gestelde luchttechnische normen te blijven, mag via de uitblaasmondstukken per uur een hoeveelheid lucht in de ruimte worden geblazen die maximaal viermaal de inhoud van de betreffende ruimte bedraagt. Bij overschrijding van deze hoeveelheid zou de luchtverplaatsingssnelheid in de ruimte te groot worden.
De onderhavige uitvinding heeft tot doel dit nadeel te ondervangen en een inrichting te verschaffen waarmee binnen de gestelde luchttechnische normen een grotere hoeveelheid primaire (verse) lucht in de ruimte kan worden gebracht.
Dit doel wordt bereikt door een inrichting van het in de aanhef genoemde type, welke tot kenmerk heeft dat de wand van de drukkamer nabij het uitblaasmondstuk is voorzien van perforaties waardoorheen lucht vanuit de drukkamer naar
<Desc/Clms Page number 2>
buiten kan stromen.
Een luchtuitblaasinrichting waarbij een deel van de wand van de drukkamer bestaat uit een geperforeerde plaat voor het in de ruimte brengen van verse lucht is op zich bekend. Het nadeel van deze bekende inrichting is dat de uitgeblazen lucht een betrekkelijk lage snelheid heeft, waardoor het vermogen van deze lucht om een luchtcirculatie binnen de ruimte tot stand te brengen beperkt is.
Verrassenderwijze is gebleken dat met de luchtuitblaasinrichting volgens de uitvinding, waarbij twee op zich bekende systemen zijn gecombineerd een niet te verwachten grote hoeveelheid primaire lucht in de ruimte kan worden gebracht binnen de gestelde luchttechnische normen.
Een voorkeursuitvoeringsvorm volgens de inrichting volgens de uitvinding is vastgelegd in conclusie 2 en beschreven in het hiernavolgende uitvoeringsvoorbeeld aan de hand van de tekening, waarin :
Figuur 1 schematisch een bekende luchtuitblaasinrichting met uitblaasmondstukken weergeeft,
Figuur 2 schematisch een bekende luchtuitblaasinrichting met een geperforeerde plaat weergeeft, en
Figuur 3 schematisch een luchtuitblaasinrichting volgens de uitvinding weergeeft.
In figuur 1 is schematisch een bekende luchtuitblaasinrichting in vooraanzicht (a) en zijaanzicht (b) weergegeven.
Een dergelijke inrichting maakt in het algemeen deel uit van een luchtbehandelingsinstallatie voor grote ruimten, zoals hallen. De inrichting omvat een drukkamer 1 voor het opnemen van gecomprimeerde uit te blazen lucht. De voorwand 2 van de drukkamer is voorzien van een aantal op een rij geplaatste uitblaasmondstukken 3 voor het gericht uitblazen van lucht in de ruimte waarin de inrichting is aangebracht. De via de blaasmondstukken 3 uitgeblazen lucht, die verder zal worden aangeduid als primaire lucht, heeft een betrekkelijk grote snelheid. De primaire luchtstroom is in figuur 1b aangegeven met de pijl 4. Deze primaire luchtstroom sleept door zijn betrekkelijk grote snelheid een deel van de reeds in de
<Desc/Clms Page number 3>
ruimte aanwezige lucht met zich mee, die verder zal worden aangeduid als secundaire lucht.
Deze luchtstroom is in figuur 1b aangegeven door de pijlen 5.
Teneinde binnen de gestelde luchttechnische normen te blijven, kan via de uitblaasmondstukken 3 per uur een hoeveelheid lucht in ruimte worden geblazen die maximaal vier maal de inhoud van de betreffende ruimte is.
De in figuur 2 weergegeven bekende luchtuitblaasinrichting omvat eveneens een drukkamer 11. De voorwand 12 van de drukkamer is uitgevoerd als een geperforeerde plaat 13. Via deze geperforeerde plaat wordt vanuit de drukkamer 11 primaire lucht in de ruimte waarin de inrichting is aangebracht, geblazen. In figuur 2b is deze luchtstroom aangegeven met de pijlen 14. De snelheid van de via de geperforeerde plaat 14 uitgeblazen lucht is betrekkelijk laag.
In figuur 3 is schematisch een mogelijke uitvoeringsvorm van een luchtuitblaasinrichting volgens de uitvinding weergegeven. Ook deze inrichting omvat een drukkamer 21 voor het opnemen van gecomprimeerde uit te blazen lucht. De voorwand 22 is voorzien van een aantal op een rij geplaatste uitblaasmondstukken 23 via welke primaire lucht gericht in de ruimte waarin de inrichting is aangebracht wordt geblazen. Deze primaire luchtstroom is in figuur 3b aangegeven met de pijl 24. Het gedeelte van de voorwand 22 van de drukkamer 21 dat naast de rij uitblaasmondstukken 23 is gelegen, bestaat uit een geperforeerde plaat 25. Via deze geperforeerde plaat wordt eveneens vanuit de drukkamer 21 primaire lucht in de ruimte geblazen. Deze tweede primaire luchtstroom is in figuur 3b aangegeven met de pijlen 26.
De snelheid van de via de geperforeerde plaat 25 uitgeblazen lucht is betrekkelijk gering. In figuur 3b is tevens met de pijlen 27 een secundaire luchtstroom aangegeven.
Verrassenderwijze is gebleken dat door de opstelling van de geperforeerde plaat 25 nabij de uitblaasmondstukken 23 de hoeveelheid primaire lucht die in de ruimte kan worden geblazen aanzienlijk kan worden vergroot, terwijl nog steeds aan de gestelde luchttechnische normen wordt voldaan. Het
<Desc/Clms Page number 4>
blijkt namelijk dat de via de geperforeerde plaat 25 met lage snelheid uitgeblazen primaire lucht 26 direkt wordt meegesleept door de via de uitstroommondstukken 23 met betrekkelijk grote snelheid uitgeblazen primaire lucht 24. De via de geperforeerde plaat 25 uitgeblazen lucht 26 gaat zich daarbij gedragen als secundaire lucht.
In het uitvoeringsvoorbeeld is een bepaalde uitvoeringsvorm van een luchtuitblaasinrichting volgens de uitvinding weergegeven. Binnen het kader van de uitvinding zijn echter ook andere uitvoeringsvormen mogelijk, bijvoorbeeld een uitvoeringsvorm waarbij het geperforeerde gedeelte van de wand van de drukkamer rondom het uitblaasmondstuk of de uitblaasmondstukken is aangebracht. Bij alle uitvoeringsvormen is essentieel het geperforeerde deel van de wand van de drukkamer nabij het uitblaasmondstuk of de uitblaasmondstukken is aangebracht.